Onze laatste dagen in het paradijs..

Een betere paar laatste dagen hadden Niels en ik niet kunnen hebben op onze reis. Onze grote backpacks lieten we achter in hostel Luna's Castle in Panama City om allebei met een klein tasje dat niet veel meer bevatte dan zwemkleding, onze snorkelspullen, zonnebrand en een tandenborstel in een jeep te stappen die ons naar de Caribische kust zou brengen waar we vervolgens in een klein houten bootje naar het eiland Senidup werden gebracht in de gemeenschap van de Kuna Yala's. In nog minder dan een minuut kunnen we op dit eiland van de ene kant naar de andere kant lopen. Overal ligt zand, afgewisseld met kleine plekken waar wat gras om de stam van een palmboom heen groeit, waardoor Niels en ik zes dagen lang op blote voeten hebben gelopen. Het dragen van teenslippers nu in Panama City is al bijna vervelend. Laat staan het winterschoeisel straks in Nederland!

Niels en ik krijgen van eigenaar Tony een hut langs de kust waar de vloer uit hetzelfde zand bestaat als dat op de rest van het eiland. Ons dak is gemaakt van de bladeren van een palmboom (niet geheel waterproof zoals later blijkt) en als de zon ondergaat om zes uur is het donker. We hebben geen elektra in onze hut en de douche bestaat uit een ton koud water dat dagelijks uit de dichtsbijzijnde rivier wordt gehaald en per boot wordt vervoerd om het vervolgens met een bakje over je hoofd te gooien. Voor menig mens klinkt dit tot nu toe nog niet als een 'paradijs'. Niels en ik hadden niet veel meer nodig. We hadden een super snorkellocatie voor de deur waardoor we weer aardig wat uurtjes dobberend aan de oppervlakte van de zee naar verschillende vissen, kreeften en murenen hebben gestaard. Andere delen van de dag lagen we in een hangmat een boek te lezen, op het strand te beachballen, potjes te kaarten of met de andere gasten op het eiland te beachvolleyballen. Tijdsbesef hadden we totaal niet. Als de zon ons wakker maakte, hoefden we maar te strompelen naar de algemene ruimte of de dames van de Kuna Yala gemeenschap schotelden ons een heerlijk ontbijtje voor. De lunch en het avondeten werden aangekondigd door het diepe geluid van een zeeschelp dat gecreeerd wordt door erin te blazen. Iets dat Niels tot op de dag van vertrek bleef oefenen. We hoefden dus telkens maar aan te schuiven of het eten stond voor onze neus waardoor we eens een keer geen tijd kwijt waren aan het zoeken naar een leuk doch goedkoop restaurantje om onze buiken te vullen en er zo nog meer tijd overbleef voor ons om te relaxen.

Senidup is compleet gericht op toeristen maar omdat de Kuna Yala vrouwen die ons eten verzorgen er zo prachtig bijlopen worden we nieuwsgierig naar hun achtergrond en besluiten we een trip te maken met Tony als gids naar een van de eilanden in de groep waar alle hutten worden bewoond door de Kuna Yala en waar geen enkele toerist te vinden is. Zo leren we dat de traditioneel gekleedde vrouwen als maagd een ceremonie ondergaan tussen hun 15e en 18e levensjaar waardoor ze daarna 'het voorrecht' hebben om deze kleding te dragen. De Kuna Yala vrouwen die voor de ceremonie zwanger blijken, mogen de ceremonie niet ondergaan en dragen 'westerse' kleding voor de rest van hun leven zodat vanaf dat moment in een oogopslag voor ons bekend is wie als maagd het huwelijk in ging en wie niet. (Niet erg prettig lijkt mij.) Als een Kuna Yala met een niet-Kuna Yala besluit te trouwen mogen ze na het huwelijk niet meer in de Kuna Yala gemeenschap wonen. Een eventueel uit het huwelijk voortgekomen kind mag echter later wel besluiten terug te komen naar de Kuna Yala's en zo zijn er meer eigenaardigheden waar Tony ons van op de hoogte brengt. De toiletten van de Kuna Yala's zijn ook het vermelden waard. Dit zijn steigertjes boven het water met een gat in het midden waar je op houten latjes kunt plaatsnemen om je eigen plonsgeluiden te kunnen horen terwijl je geniet van een 'ocean breeze' (en wij ons maar afvragen waar al die geurnamen op de toiletsprays vandaan komen). Ik moet hier wel even aan toevoegen dat wij op Senidup gelukkig (!) wel een 'normale' wc pot hadden om op te zitten met een afvoer. Het was anders erg onaangenaam geweest om te zwemmen!

Een ander tripje maakten we met de boot naar 'Isla del Perro' waar naast het eiland een gezonken wrak ligt waardoor het snorkelen daar nog beter is dan rondom ons eigen eiland. Jammergenoeg gaat het die middag vreselijk regenen zodat we eerder terugkeren naar Senidup dan gepland. Niels plan om ons door Tony naar een verlaten eiland te laten varen om met zijn tweeen de nacht in een hangmat door te brengen valt dan ook in duigen. En alle daaropvolgende avonden ook omdat het elke dag in de namiddag begint te druppen. Niels wil evengoed nog gaan, maar mij krijg je echt niet een hele nacht lang op een afgelegen eiland met alleen een hangmat, kletsnat en de wind die om je oren giert. Gelukkig arriveert op onze voorlaatste middag een grote groep Brazilianen die twee dagen komen kamperen en voldoende alcohol meebrengen om het hele eiland te voorzien. Wij drinken gezellig mee en Niels is met de Brazilianen niet meer weg te slaan van het volleybalveld. Wat mij weer de gelegenheid geeft mijn boek uit te lezen. Heerlijk! Een van de Brazilianen houdt van speervissen en als wij vertellen dat we veel kreeften hebben gezien tijdens het snorkelen gaan we er samen in het donker op uit met een zaklamp om een poging te wagen kreeft te vangen voor op ons kampvuur. Onze Braziliaan heeft alleen zijn speer niet meegenomen naar het eiland maar zegt dat het ook wel met zijn blote handen kan. Helaas is dat niet gelukt en met een lichaam vol naalden van zee-egels komt hij het water uit, terwijl wij van een afstandje hebben kunnen kijken naar zijn geworstel onder water met de kreeften. Erg lachen! Daarna snel weer wat bakjes zoet water over ons hoofd gegooid, droge kleren aan en terug naar het kampvuur waar de worstjes uit blik al liggen te roosteren en ons een nieuw biertje wordt aangereikt. De meeste Brazilianen uit de groep zijn een stuk jonger dan wij en als een van de meisjes vraagt hoe lang Niels en ik samen zijn en ik haar een 'ruim zes jaar' als antwoord geef zegt ze: 'oh, wat saai!'. Waarop ik niet anders kan dan lachend reageren. Afgelopen jaar is alles behalve saai geweest denk ik bij mijzelf, maar haar laat ik nog maar even genieten van het jong en ongebonden zijn door een ander onderwerp aan te snijden. Als het de dag erna dan toch echt tijd voor ons is om het eiland te verlaten zodat we op tijd terug in Panama zijn voor onze vlucht willen ze allemaal ons adres in Amsterdam hebben. Hopelijk komen ze niet allemaal tegelijk want dat wordt een week niet slapen vrees ik.. :-)!

Onze laatste nacht in Panama City hebben we inmiddels gehad. En na een interessante laatste middag bij het Panama Kanaal, is het nu tijd om de tassen klaar te maken, een hapje te eten om vervolgens naar het vliegveld te gaan. Als alles goed gaat landen we 7 November om 18h20 op Schiphol airport. Iedereen die 'de eerste knuffel' wil bemachtigen is welkom achter de dranghekken in de aankomsthal om daarna een drankje te doen op het vliegveld. Wij kijken er al naar uit! Jullie ook? Tot heeeeeeeel snel!

Honduras, Nicaragua en Costa Rica!

Zo gezegd, zo gedaan: wij zijn in Honduras. Zoals andere reizigers ons al hadden verteld is de situatie voor toeristen prima. Nu we het zelf ervaren merken we dat we keus te over hebben aan accomodatie waardoor we nog goedkoper kunnen overnachten. Niet verkeerd natuurlijk als je al bijna een jaar van je spaarcenten leeft! Op onze eerste dag in Copan Ruinas bezoeken we ook hier Maya ruines. In het logboek bij de entree zien we tot onze schrik dat de ruines ongeveer 10 tot 20 toeristen per dag ontvangen. Eenmaal binnen vinden we dat niet meer zo erg. We horen alleen het geschreeuw van de prachtig gekleurde papegaaien en met zijn tweeen op het plein tussen de ruines staan heeft ook wel iets magisch. Niels en ik vinden deze ruines een van de mooiere overblijfselen van de Maya's omdat heel veel details nog erg goed zichtbaar zijn. Vooral de trap die op elke trede bekleed is met hieroglyphen en waar af en toe een groot beeldhouwerk van een voormalig Maya heerser of de kop van een beest verschijnt is cool!


Terug in het stadje Copan Ruinas maken we kennis met Carlos. Hij is een van de zonen van een koffieboer uit de omgeving van Copan en organiseert rondleidingen op het landgoed van zijn vader. Wij hebben hier wel oren naar en gaan de volgende dag met hem mee naar zijn boerderij Finca el Cisne. Het landgoed is enorm waardoor we het niet te voet maar te paard gaan verkennen. Carlos vertelt ons, soms zelfs in het Nederlands dat hij leert van zijn Belgische vrienden in het dorp, alles over de koffiebonen en cardamombonen die ze verbouwen en verwerken om ze vervolgens te exporteren. Hier en daar stappen we af om de machines van dichtbij te bekijken en een praatje met de medewerkers te maken. Het landgoed is prachtig en gelukkig zijn er niet alleen koffieplanten. Op de uitgestrekte stukken weiland kunnen Niels en ik er in volle galop vandoor tot grote schrik van enkele koeien die angstig opzij rennen als we voorbij schieten. Mijn paard weet vaak van te voren al op welke stukken hij zijn benen kan strekken en als ik de energie onder me voel kijk ik Carlos aan of het ok is omdat ik zelf het terrein niet ken. Hij heeft nog niet geknikt of we gaan er weer vandoor! Onderweg houden we pauze bij de bomen die volhangen met sterfruit, sinaasappels, mandarijnen en grapefruits. Met zijn zakmes snijdt Carlos ons een verse fruitsalade ter plekke terwijl de paarden grazend bijkomen, heerlijk! Dit is het echte leven! Carlos wil de wei controleren waar een aantal van zijn paarden met jonge veulens staan dus niet veel later zien we de pasgeborenen zich achter hun moeders verschuilen als we hun wei instappen. De paarden zijn prachtig en ik ben blij te zien dat niet overal in Midden-Amerika de paarden mager en ondervoedt zijn.
Na ongeveer drie uur rijden komen we terug op de boerderij waar Carlos' moeder een heerlijke maaltijd voor ons heeft klaarstaan. Alles smaakt vers en in tegenstelling tot de bonen met rijst krijgen we nu heel veel groente en fruit voorgeschoteld, mmm! En tja, wat doe je op een koffieboerderij? Koffie drinken. Zoals jullie vast wel weten drinken zowel Niels als ik allebei geen koffie en kijken we elkaar aan als we Carlos' koffie voor ons neus gezet krijgen. Om niet onbeleefd te zijn drinken we allebei onze koffie op. Verrassend genoeg smaakt het ons nog niet eens zo gek. Niet dat we ons nu naar koffiedrinkers converteren hoor! Zet die thee maar vast klaar voor als we terugkomen in de Nederlandse kou! Op het middagprogramma staat eerst even een uur relaxen in de hangmatten op de veranda van de boerderij om daarna naar de natuurlijke hotsprings te gaan. Vanuit de bergen komt een kokendhete waterval uit in de koude rivier. Op de plek waar de warme en koude waterstromen zich mengen bevindt zich een soort poel aan de zijkant van de rivier waar we met zijn tweeen de rest van de middag genieten van de natuur en het heerlijk warme water. De dag vloog voorbij! Wij raden een dag Finca el Cisne aan iedere backpacker aan als je even lekker wilt bijkomen van het in- en uitpakken!


Het eiland Utila is de enige andere bestemming die we aandoen in Honduras. Bijna een week blijven we op dit heerlijke eiland waar feesten en duiken centraal staan. Omdat ook hier de toeristen niet in grote getalen aanwezig zijn, vechten de duikshops om de paar mensen die van de boot af komen. Bij iedereen kunnen we de eerste nacht voor 3U$ slapen. Wij besluiten met Cross Creek in zee te gaan. Deze duikshop biedt ons namelijk een supergrote hut over het water aan met ons eigen kingsize bed, airco, tv, koelkast, eigen badkamer en een hangmat op het balkon. De duikboot staat aan dezelfde pier gemeerd als onze hut en voor we het weten liggen Niels en ik weer in de oceaan met een tank op onze rug. De watertemperatuur is 30 graden waardoor we geen wetsuit aan hoeven, heerlijk! Onze Captain Cookie is de meest vrolijke persoon van het eiland en begroet ons elke ochtend met zijn luide 'Goodmornin' lovely people!' uitgesproken in een caribisch accent zijn glimlach tonend van oor tot oor. Zijn muziek blaast ook luid door de speakers als we varen naar onze duikbestemmingen en hij is niet de beroerdste om mee te zingen en te dansen. Als je al een ochtendhumeur had krijgt Captain Cookie deze wel weg! Met Cross Creek besluiten Niels en ik een wrak en nitrox specialty te volgen. Na het succesvol afronden van de theorie en de duiken mogen we nu met behulp van o.a. een touw wrakken ook van binnen bekijken, heel gaaf! (Nitrox houdt overigens in dat je duikt met lucht dat een verhoogd zuurstofpercentage bevat waardoor je langer op een bepaalde diepte kunt blijven.) Donderdagavond is partyavond bij Cross Creek en speciaal voor deze avond worden er grote zwarte, rode, gele en blauwe rondjes op de vlonder gespoten: we gaan twister spelen! Onze divemaster Jen speelt voor scheidsrechter en heeft bij iedereen 20 limpiras (65 eurocent) gecollecteerd als prijs voor de winnaar. In rondes van drie personen wordt er gestreden om de beste plek voor handen en voeten op de gekleurde cirkels. En wie zit er na alle rondes uiteraard in de finale: Niels! De drie overgebleven mannen houden het lang vol en van alle kanten worden ze aangemoedigd. Trots doch weinig verbaasd ben ik als Niels aan het eind de 300 limpiras van Jen overhandigd krijgt! Een deel gaat in de fooienpot voor de organisatie, de rest naar bier! Het was een heel gezellige avond! Met een beetje weemoed verlaten Niels en ik dan ook het eiland. We besluiten Tegucicalpa te mijden omdat Zelaya daar op de Braziliaanse ambassade zit. We boeken een van de duurdere bussen zodat we niet in de hoofdstad van Honduras hoeven te overnachten en zo in een dag de grens met Nicaragua over kunnen.


 
Eenmaal in Managua nemen we een lokale bus om naar Granada te gaan. Vergezeld door twee Canadezen zijn we de enige toeristen. Niels gaat als eerste de bus in en pikt ook gelijk de enige overgebleven stoel. Zelf 'hang' ik vlakbij de bestuurder die als een gek remt en optrekt als hij het idee heeft dat er langs de kant van de weg nog wel iemand staat die zich bij ons mag proppen in de al overvolle bus. Af en toe denk ik echt 'en nu vlieg ik door de vooruit van de bus' maar dan kan ik me toch weer net op tijd vasthouden aan een arm of been van de persoon naast me als ik in het spaans weer eens een excuus wegmompel. De mensen om mij heen lijken het zoals gewoonlijk allemaal doodnormaal te vinden en af en toe probeer ik een blik te wisselen met Niels die rustig in zijn stoel een boek zit te lezen.. grr! Gelukkig komen we veilig aan in Granada waar we twee dagen het stadje verkennen en met Adam en Greg, de Canadezen, een hapje eten en reisverhalen uitwisselen. Voornamelijk over het duiken op Utila waar zij ook waren. In Granada regelen we onze vlucht naar The Corn Islands. Als we op Big Corn aankomen besluiten we de boot te nemen naar Little Corn wat volgens onze reisgids het minst toeristische eiland is van de twee. Alweer hebben we geluk met het weer. Als we aankomen wordt ons namelijk verteld dat het de hele week ervoor gestormd en geregend heeft. Wij hebben echter de hele week zon! Het duiken op Little Corn is zo goedkoop dat Niels en ik een tien duiken pakket nemen voor $200. En in tegenstelling tot Utila zijn hier wel haaien te zien. Een duik gaan we speciaal op zoek naar een hamerhaai. In het kanaal waar ze vaak zwemmen gaan we rustig op de zandbodem zitten wachten en wachten en wachten.. Het zicht is niet zo heel goed wat het extra griezelig maakt. Maar het wachten wordt beloond en vijf minuten voor het eind van de duik zien we een hamerhaai boven ons voorbij zwemmen! Op een andere duik zien we vijf eaglerays langs zwemmen, prachtig! Niels vindt zijn eerste nudibranch (een heel klein slakachtig wezentje met de mooiste kleuren maar moeilijk te zien) en ik ben jaloers! Gelukkig vind ik de duik erna de juvenile trunkfish welke de bijnaam 'Little Pea' krijgt omdat hij zo klein is en je nauwelijks zijn vinnen en mond kunt onderscheiden. Maar mijn trots zijn is van korte duur want Niels vindt op onze tweede duik van die dag ook een Little Pea! Onze divemaster Emma gelooft haar ogen niet en weer blijven we een tijdje kijken naar het schattige wezentje wat zich verschuilt tussen het koraal. Niels maakt mij onder water duidelijk dat ik nu een nudibranch moet vinden. Rotjoch, wil ik naar hem schreeuwen, alleen gaat dat zo lastig onder water. Gelukkig spreekt gebarentaal boekdelen en moeten we allebei lachen. Als we weer bij de duikshop komen krijgen we de bijnaam 'Pea-finders' van Emma en de andere duikinstructeurs zijn jaloers. Tijdens al hun duiken hebben de meesten de Little Pea maar 1 of 2 keer gezien en wij twee keer op een dag!
Uiteraard duiken we niet alleen, ook genieten we weer van heerlijke kreeften en Niels gaat een dag vissen met Alfonso, een van de eilandbewoners. Samen zijn ze bijna vier uur weg als ze terugkomen met drie enorm grote Barracudas. Trots vertelt Niels hoe hij in gevecht was met de krachtige tegenspartelende vissen en hoe Alfonso hem heeft vermaakt met verhalen over zijn eigen leven. Zo is hij met vier verschillende vrouwen getrouwd geweest waarbij hij zes kinderen heeft verwekt. Diezelfde avond eten we bij Alfonso de door zijn vrouw klaargemaakte Barracuda. Heerlijk! Niels zegt tevreden: 'Dit is de eerste keer dat ik mijn zelfgevangen vis eet'. Verder zitten onze dagen vol met relaxen in een hangmat, boeken lezen, beachballen op het strand en lekgestoken worden door de muggen als we een wandeling over het eiland maken. Als we Little Corn moeten verlaten zullen we deze laatste beesten dan ook absoluut niet missen! Uiteraard gaat het op onze ochtend van vertrek enorm regenen en drijfnat komen we aan bij de pier vanwaar de boot ons weer mee terug neemt naar Big Corn. Op het vliegveld kleden we ons snel om zodat we de rest van onze reisdag niet in drijfnatte kleren hoeven door te brengen. Na de landing op Managua nemen we twee lokale bussen om in San Juan del Sur aan te komen.
 
San Juan del Sur is een surfdorpje waar een heel relaxte sfeer hangt. Toeristen lopen voornamelijk in badkleding door de straten en er wordt af- en aangezeuld met surfboards. In hostel Casa d'Oro zien we dat diezelfde avond een excursie is naar La Flor. Hier komt de Olive Ridley schildpad 's nachts het strand op om zijn eitjes te leggen. Na een presentatie van een half uur gaan we met een groepje van zes een minibus in en worden we naar het strand van La Flor gebracht. Wij volgens onze gids die alleen met een rood lampje het strand op gaat. Wit licht schijnt de schildpadden ervan te weerhouden het strand op te komen. In het donker volgen we haar getrouw. Niet veel later zijn we getuigen van de eerste eierenleg sessie. Het is verbazingwekkend om te zien hoe de schildpadden met hun grove vinnen toch zo'n diep gat weten te graven, vervolgens ongeveer 100 eieren leggen en daarna het gat weer dichtgooien met zand en aanstampen met het gewicht van hun eigen schild waarbij we een aantal doffe klanken horen opkomen. Heel mooi en heel bijzonder! Hierna lopen we naar de kustlijn en toont onze gids een mand met een aantal babyschildpadjes. Deze zijn overdag uitgekomen en om ze te beschermen tegen vogels voor wie ze een gemakkelijke prooi zijn overdag, worden ze op het land bewaard om ze later in het donker te water te laten en wij zijn hier getuige van! De schildpadjes zijn niet groter dan mijn wijsvinger en hebben moeite met het voortkruipen. Na een paar keer wiebelen met hun pootjes nemen ze pauze om bij te komen. We kijken dus niet totdat ze bij het water komen want dit duurt gewoonweg te lang. In plaats daarvan gaan we met onze gids naar een andere Olive Ridley schildpad om nogmaals het eierenleg proces te bewonderen. Voor we het weten is het middernacht en moeten we met ons busje terug naar San Juan. De volgende dag gingen we, oja, surfen. Daarvoor kwamen we hier ten slotte. Onze lessen in Byron Bay lijken een eeuwigheid geleden maar toch weten Niels en ik op te staan en tevreden surfen we twee volle dagen op de beginnersgolven aan het strand Remanso.

 
Als we San Juan in de vroege ochtend verlaten pakken we een lokale bus naar de Panamericana waar we langs de snelweg wachten om de volgende bus te pakken naar de grens met Costa Rica. In de bus klets ik lekker weg in het Spaans met een vrouw die achter me zit. Eenmaal bij de grens blijkt dat ze ons het immigratiepapiertje wil verkopen terwijl we dit gratis kunnen krijgen bij het loket! Mensen hier denken ook overal geld aan te kunnen verdienen. Zo zijn er altijd mensen die je tas wel willen tillen voor een fooi of je zogenaamd vriendelijk de weg wijzen maar daarna gewoon hun hand ophouden. Hier is het extreem want we zijn de bus nog niet uit of een hele groep mensen begint naar ons te schreeuwen waar we wel en niet heen moeten, of we geld willen wisselen, etc. Stoicijns lopen we door, want hier zijn we inmiddels in getraind en zo vinden we onze eigen weg om onze stempel te halen dat we uit Nicaragua zijn en een nieuwe stempel halen om Costa Rica binnen te komen. Een ellenlange busrit brengt ons uiteindelijk naar de hoofdstad San Jose waar we vermoeid vroeg ons bed in duiken!
San Jose ziet er netjes uit en veilig, in tegenstelling tot de andere hoofdsteden die we voornamelijk hebben gemeden in Midden-Amerika. We hebben er ook eigenlijk niets te zoeken. Teveel mensen, vieze straten en naar horen zeggen ook teveel criminaliteit. San Jose verkennen we in een dag omdat we vanaf hier naar Monteverde willen. In de busrit hiernaartoe hebben we niets anders dan groen gezien langs de kant van de weg en wij willen de fameuze National Parks van Costa Rica dan ook wel met eigen ogen zien!
 
In Monteverde komen we er al snel achter dat we een Canopy toer moeten doen. Vier verschillende maatschappijen bieden soortgelijke tochten aan waarbij je aan een kabelbaan door de boomtoppen kunt zoeven. Niels hoeft niet lang na te denken en kiest de Canopy Extremo. Ik heb me daar maar bij aan te sluiten. Als ik te horen krijg dat de langste kabel 1 kilometer lang is en je er superman-style af kunt moet ik toch even slikken. Als we de trap opklimmen naar de eerste kabelbaan denk ik, oh, dit gaat wel. Nog geen 30 meter boven de grond en ik kan het eind van de kabel zien. De tweede kabel is al een grotere opgave. Ruim 500 meter lang met als diepste punt in het dal zeker 180 meter. Oei! Daar krijg ik toch knikkende knietjes van. Maar er is geen weg meer terug. Vol spanning staat Niels met de camera aan de andere kant van de kabel te wachten, hij was natuurlijk al lang al aan de overkant, of ik er nog wel aan kom en niet van de toren 30 meter naar beneden ben gesprongen. Aangezien dat laatste ook geen veilige optie was deed ik mijn ogen dicht en gaaaaaan!! Mijn geschreeuw klonk denk ik door de hele vallei, maar ik had het gehaald! Nog maar 20 kabels te gaan... Bij de laatste kabel, superman-style, laat Niels mij eerst gaan. Geen idee hebbende wat me te wachten staat wordt me nog een harnas aangetrokken en hang ik voorover aan de kabel. Ik kan nu niets meer vasthouden met mijn handen en als mijn voeten dan nog door twee lussen worden geregen, hang ik helemaal horizontaal en klaar om 1 kilometer lang over de vallei heen te zoeven. Ok, ontspan, je hangt al, het is nu toch al te laat, dan maar genieten!! Aaaaaahh!! Maar wat is het gaaf als je aan de overkant aankomt! Nog een keer?
(zie ook de video)
Verder staat Monteverder voornamelijk in het teken van de natuur. Wij doen een nachtwandeling en een dagwandeling met een gids die ons voornamelijk allerlei insecten aanwijst. Hoogtepunt van de nachtloop: een enorme tarantula! Van de dagloop: alle kolibri´s, maar de neukende kevers doen het ook wel goed. Helaas komen we tijdens beide wandelingen geen kikkers tegen en daar staat Costa Rica nog wel bekend om!

 
Op dus naar het volgende National Park: Tortuguero. Hier komt de Groene zeeschildpad zijn eitjes leggen op het strand en omdat wij nog net de laatste week van het seizoen mee kunnen pakken, gaan we nog een keer schildpadden bekijken midden in de nacht. De Groene zeeschildpad is een flink stuk groter dan de Olive Ridley en het nest is enorm! Als we het eerste vrouwtje haar nest hebben zien dichtgooien, lopen we door op zoek naar de volgende schildpad totdat ik iets zie bewegen: babyschildpadjes! Wat een fantastische beestjes! In een rap tempo bewegen ze zich voort over het zand naar het water. Heel mooi om nu het natuurlijke proces te zien en niet de doodvermoeide schildpadjes die al de hele dag in een mand hebben gewacht om het water in te gaan zoals in San Juan. Een prachtavond! (zie video)
De volgende ochtend vroeg doen we een kanotoer. Om half zes peddelen we met een gids de rivier op die ons onderweg allerlei apen, vogels, vlinders en krokodillen aanwijst. We zien leguanen zonnen boven in de bomen en toekans vliegen voorbij, maar nog steeds geen kikkers! Speciaal voor ons wil onze gids wel een avondwandeling inlassen. Drie soorten gegarandeerd, zegt hij. Daar hebben we wel oren naar. Diezelfde avond lopen we naar een deel van het National Park en na even zoeken vinden we DE kikker waar Costa Rica bekend om staat: de red-eyed tree frog! Wat is het beest toch mooi! Niels haalt al zijn fotokunsten uit de kast en krijgt het nog voor elkaar ook om de kikker in actie vast te leggen! Wauw! Diezelfde nachtwandeling zien we diverse spinnen, grote padden, een andere kikkersoort en een giftige slang maar niets weegt op tegen de boomkikker! Een zeer geslaagde avond!

 
Vanaf Tortuguero besluiten we met de boot door te reizen. Een prachtige en kalme rit door de natuur neemt ons mee naar Moin, vanwaar we een bus pakken om naar Puerto Viejo te gaan. In plaats van een relaxt surfstadje zoals San Juan, treffen we een slecht aftreksel aan van de rosse buurt in Amsterdam. Overal op straat lopen mensen die er duidelijk uitzien alsof ze iets teveel drugs hebben gebruikt. Zelfs de kerel achter de receptie van ons hostel rookt non-stop joints. Het is moeilijk net te doen alsof deze mensen er niet zijn, maar gelukkig kunnen wij ons met zijn tweeen prima vermaken in de zee en op het strand waar, niet zo raar, niemand te vinden is. In onze reisgids lees ik dat we de rode boomkikker kunnen zien, dus is de beslissing om te wandelen naar de Botanische tuinen snel gemaakt. In het stukje tropisch regenwoud heeft een Canadees stel allerlei fruitbomen geplant en zijn ze continu bezig met hun ecologisch landgoed. Wij krijgen een heel boekje met uitleg over allerlei planten en bomen, maar de enige vraag die we hebben is: waar kunnen we de rode boomkikker zien. Overal, zegt ze. En jahoor, binnen een paar minuten vinden we de eerste, en de tweede, en de derde! Het zijn er zoveel dat we na twee uur, zoeken, kijken, luisteren en fotograferen het al bijna normaal gaan vinden dat dit prachtig felgekleurde beestje overal om ons heen te vinden is. Uit puur geluk vinden we ook twee keer de groen zwarte dartkikker. Ook een heel mooi en cool beestje! Absoluut een geslaagde middag, kijk daarvoor maar naar de foto´s!

 
Puerto Viejo is gelijk het laatste plaatsje dat we aandoen in Costa Rica. We hebben nog een week voordat de wereldreis erop zit en besluiten in een keer door te gaan naar Panama City. Vanaf daar willen we nog een paar lekkere laatste dagen (hopelijk in de zon) doorbrengen op de San Blas eilanden, waar het enige betaalmiddel tot mid 1990 de kokosnoot was! Dan nog twee dagen in Panama City voor onze vlucht met overstap in Madrid en als eindbestemming: Amsterdam! Tot heel snel!

Belize, Mexico en Guatemala!

Het warme Miami verruilen Niels en ik voor het evenzo warme eiland Caye Caulker in Belize. Eenmaal uit het vliegtuig nemen we gelijk een taxi, met ditmaal wel een fatsoenlijk Engels sprekende chauffeur, en daarna de boot om op dit eiland terecht te komen. Als we eenmaal weer land onder onze voeten hebben na een half uur varen worden we door de eerste rastafari verwelkomd met een accent dat ons het meest doet denken aan Jamaica. Nadat ons gevraagd wordt waar we vandaan komen hadden we het woord Nederland nog niet uitgesproken of we werden verwezen naar de enige coffeeshop op het eiland waar we volgens onze ´gastheer´ legaal drugs konden kopen. Fijn! Zijn we daarvoor zo ver van huis! Gelukkig is Gilbert een goede bekende op het eiland en kon hij ons helpen bij het vinden een goedkoop hotel want tot nu toe vinden we Belize maar wat duur! De instelling ´Midden-Amerika is goedkoop´ moet je voor Belize nog maar even laten varen.

Vanaf Caye Caulker doen we twee keer een snorkeltoer. Een daarvan was op een zeilboot met Raggaemuffin toers waar we Mike en Marjolein (ook uit A´dam) ontmoeten. We kletsen erop los in het Nederlands waardoor we onbewust in onze eigen gezelligheid de andere toeristen een beetje buitensluiten. Tussen het kletsen door werd er natuurlijk ook gesnorkeld en dat was prachtig, vooral de stop met de nursesharks was gaaf omdat we deze haaien van heel dichtbij konden bekijken. Stingrays, een schildpad en een paar grote blackstriped groupers kwamen ook nog even gedag zeggen. Op de terugweg maakt onze schipper een verse salsadip voor de tacoships en krijgen we een aantal glazen rum punch, het populaire drankje in Belize. waardoor er op de terugweg nog meer werd gebabbeld terwijl de zon achter ons in de zee zakte, heerlijk! Met onze nieuwe Nederlandse vrienden besluiten we diezelfde avond kreeft te eten wat een groot succes was. We kiezen een groot, op dat moment nog bruin uitziend monster uit voordat de kok het arme beest levend op de grillplaat gooit. Desalniettemin smaakt de roodgeblakerde kreeft erg lekker!

Uiteraard moet er ook nog gedoken worden. De fameuze ´Blue Hole´ ligt nu op vaarafstand en Niels en ik staan te trappelen om weer eens met een fles de onderwaterwereld te verkennen. Na een lange en heftige rit op open zee zijn we blij dat ons ontbijt nog op de plek zit waar het hoort te zijn. Niet veel later liggen we in het water, voelen we ons een stuk beter en zijn we klaar om af te dalen. Nou ja, ik ben klaar om af te dalen. Niels geeft mij aan dat hij last heeft van de druk op zijn hoofd en gaat met een van de divemasters terug naar boven. Ik volg de groep en moet dus zonder Niels ervaren hoe het is om naar 40 meter diepte af te dalen. Voor me haalt een jongen allerlei capriolen uit en kan ik zijn blije gezicht onder zijn masker zien. De stikstofnarcose begint toe te slaan. Zelf heb ik er gelukkig geen last van en probeer ik mijn diepte gelijk te houden aan dat van de instructeur. De Blue Hole is tot op dat punt een groot donker gat en het zicht is vreselijk. In de verte zie ik wat grote haaien zwemmen maar het is bijna te donker om te bepalen dat het rifhaaien zijn. De wand waarlangs we zwemmen is wel erg mooi. Tussen enorme stalagtieten slalommen we totdat we na een tijdje omdraaien en langzaam onze weg terug en naar boven inzetten. Het duiken in de Blue Hole vind ik eenmaal op de boot erg gehyped. De luchtfoto´s die ik tot dan toe had gezien zagen er spectaculairder uit dan wat ik daarbeneden heb ervaren. Wellicht dat het zicht op andere dagen beter is, maar ik was redelijk teleurgesteld wat voor Niels weer goed uitkwam omdat hij niets van de duik heeft meegemaakt. Zijn sinussen doen pijn en ook de andere twee duiken kan Niels niet mee en deze duiken zijn beter dan die in de Blue Hole. Veel meer onderwaterleven, mooie planten en als je een paar minuten oogcontact met een schildpad kunt hebben die voor je neus blijft zwemmen dan kan een duik natuurlijk bijna niet meer stuk! Totdat we nog een paar Eaglerays zien langs komen. heel mooi! Na een lange dag duiken komen we weer terug op Caye Caulker en Niels baalt enorm omdat hij alleen maar heeft kunnen snorkelen. Gelukkig hadden we al ingepland om de volgende dag door te reizen, dus dat kwam goed uit! Maar eerst eten we diezelfde avond bij Jolly Roger. Een enorm dikke man die zijn grill aan het strand heeft gezet met wat picknicktafels. Zijn vrouw komt in een golfkar de salade, aardappelpuree en rum punch brengen. De beste man heeft geen ijskast en we kunnen alleen maar bestellen wat de vissers die dag uit de oceaan hebben gehaald. Uiteraard gaan we weer voor kreeft want zo vers en goedkoop krijgen we het nergens meer! Roger grilt de kreeften, zijn vrouw doet ze op het bord met de sla en de puree, een glas rum punch ernaast en eet smakelijk! En dat alles met de voetjes in het zand waar af en toe een verdwaalde krab overheen rent en de zeewind die je haren in de war blaast. Beter kan bijna niet toch?

Belize verlaten we vroeg in de ochtend om met de bus naar Tulum te gaan, Mexico. Aan het strand is daar een prachtige Maya ruïne te vinden en met Chris en Yensa, twee van onze zuiderburen uit Antwerpen lopen we in de brandende zon langs de restanten van wat ooit een prachtig bouwwerk was. Yensa verzorgt ons, met behulp van haar reisgids, van achtergrond informatie. Allemaal zijn we blij als we bij de zeekant van de ruïnes uitkomen waar een koel zeewindje ons even doet vergeten dat we enorm aan het zweten zijn. Uiteraard worden er weer de nodige foto´s gemaakt maar het duurt niet lang voordat we besluiten helemaal af te koelen met een duik in zee. Het zand onder onze voeten is heerlijk zacht en we kunnen wel de hele dag blijven dobberen. Yensa vertelt ons dat we in Akumal, een half uur met de collectivo bij Tulum vandaan, met schildpadden kunnen snorkelen en omdat wij een flexibel schema hebben gaan we die middag mee. Na lang zoeken zien we twee enorme zeeschildpadden grazen op de bodem. Het is er drie meter diep waardoor we de schildpadden makkelijk kunnen zien en als we naar beneden duiken om de beesten van dichtbij te bekijken zijn ze niet bang voor ons en gaan ze rustig door met eten. Aan het eind van de dag terug in het hostel kijken we terug op een heerlijke dag cultuur, zon, zee, strand en het uitwisselen van stereotypen over Nederlanders en Belgen (wisten jullie dat onze zuiderburen Nederlanders lawaaierig vinden?). Niels zorgt er ´s avonds voor dat de hele dag ons niets heeft gekost door het pokertoernooi in het hostel te winnen tot grote ergernis van de Israelische spelers.

De dag erop vertrekken Niels en ik naar Dos Ojos. Dit zijn twee onderwatergrotten welke we snorkelend kunnen bezoeken. Het water is er erg koud, maar de snorkeltrip is zeker de moeite waard. Ook de doorsteek van de ene grot naar de andere waar we op moeten passen dat we onze hoofden niet stoten aan de stalagtieten die gevaarlijk dichtbij onze hoofden hangen is een uitdaging. Met onze zaklamp zien we meters diep want het water is enorm helder wat de snorkeltrip tot iets prachtigs maakt.

Via Tulum reizen we naar Cancun waar we de boot nemen naar Isla Mujeres. Het seizoen om met walvishaaien te snorkelen loopt tot ongeveer half september dus we zijn er nog net op tijd! Het aantal boten dat naar de walvishaaien vaart is al flink afgenomen, maar toch kunnen we de trip nog boeken. Vol spanning zitten we de volgende dag vroeg in een klein bootje met acht andere snorkelaars, geen idee hebbend wat ons te wachten staat. Na ruim een uur varen hebben we nog geen walvishaai gevonden en de angst bekruipt ons dat ze misschien al zijn vertrokken naar een plek met meer plankton totdat de schipper ineens gas bijgeeft en we nog geen minuut later de eerste walvishaai zien. De boot vaart weer langzaam en het duurt niet lang voordat we beseffen dat onze boot omgeven wordt door minstens 80 walvishaaien. Snel trekken we onze snorkelspullen aan en de gids gaat met het eerste tweetal het water in terwijl de rest op de boot nog moet toekijken wat absoluut niet onplezierig is. Als het onze beurt is springen we het water in. Wat zijn deze beesten groot als je er naast ligt (tussen de 6 en 12 meter)! Met opengesperde monden glijden de walvishaaien door het water om zoveel mogelijk plankton binnen te krijgen. De witte stippen op hun rug zijn nu nog beter zichtbaar en we zwemmen ons helemaal kapot om de grote beesten bij te houden. Het enige waar we op moeten passen is de beweging van de staart. Vier keer kunnen we voor 5 a 10 minuten het water in en na twee uur zwemmen is onze gids helemaal kapot. Langer dan twee uur mag de boot ook niet bij de walvishaaien blijven om de beesten ook nog enigzins hun rust te gunnen. Dit was een van de meest spectaculaire en mooie dingen die we op onze reis hebben gedaan! Op de terugweg stoppen we bij een rif waar we kunnen snorkelen en weer zie ik een schildpad! Als we op het laatste stuk varen ook nog een heleboel dolfijnen hoog uit de zee zien springen en gekke capriolen zien uithalen kan de dag niet meer stuk. Wat was dit gaaf!

Isla Mujeres stond voor ons verder in het teken van beachballen en boeken lezen op het strand. Ook treffen we hier Mike en Marjolein weer met wie we cocktails drinken op het strand terwijl we (alweer) naar de ondergaande zon kijken. Hoe vervelend ;-).

Chichén Itzá, een van de zeven wereldwonderen, is onze volgende bestemming. De hoofdattractie hier is een van de vele ruïnes van de Maya´s. Tijdens ons bezoek is het er zo warm en vochtig dat we eigenlijk niet optimaal kunnen genieten van de mooie bouwwerken. Gelukkig kunnen we diezelfde avond nog eens terugkeren om dezelfde tempels te zien tijdens een licht en geluidshow. Op dat moment begint het ook zachtjes te regenen waardoor de tegenstelling met die middag nog eens extra wordt versterkt. De nacht erna verblijven we in Mérida. Het hostel (Nomades) dat we uit onze inmiddels zeer vertrouwde Lonely Planet kiezen blijkt nu een zwembad te hebben. Niet verkeerd dus! Ook breekt onafhankelijkheidsdag aan voor de Mexicanen en kunnen we genieten van een carnavalsoptocht op straat. In het weekend wordt op alle pleinen van alles georganiseerd en dansgroepen voor jong en oud vertonen hun talent gekleed in traditionele kleding. Prachtig! Vanaf Mérida bezoeken we Uxmal met lokaal transport. De tijden voor de terugweg zijn echter totaal niet gunstig en we zijn dan ook erg blij als een Amerikaan met zijn Mexicaanse vriend ons een lift terug naar Mérida aanbiedt. De auto met airco is ook een stuk comfortabeler dan de krappe lokale en warme bus!

Met een nachtbus gaan we door naar Palenque. De resten van de mayastad in Palenque zijn prachtig en nogmaals kunnen we hun architectuur van dichtbij bekijken welke toch veel verschilt van dat van de Inca´s. Waar de Inca´s veel aan terrasbouw deden in de bergen, maakten de Maya´s steeds grotere en hogere tempels, telkens bestaand uit negen lagen die de negen lagen van de onderwereld symboliseren. In Palenque lopen we anderhalf uur met een gids langs de belangrijkste tempels en zij vertelt ons veel over de geschiedenis van de Maya´s. Hier beleven we denk ik onze meest warme dag en we leggen de zweetdruppels vast met onze camera. 

Nog niet tempelmoe reizen we door naar Tikal, Guatemala. Hiervoor moeten we met een bus-boot-bus-reis de grens over. Verkeerd geïnformeerd over het aantal Quetzales dat we bij binnenkomst moeten betalen komen we geld te kort. Gelukkig hadden we nog wat US$ over die de man bij de grens gretig in ontvangst nam en voor we het weten rijden we hobbelend over een onverharde weg Guatemala in. In Flores verblijven we bij Los Amigos dat gerund wordt door twee Nederlanders. Onze kamer dat veel wegheeft van een boomhut is een ervaring op zich! We hebben geen ramen en de planten groeien letterlijk naar binnen. Als ik dan ook nog mijn toilettas laat vallen ben ik blij dat er niets tussen de grote gaten tussen de planken op de vloer is gevallen want we kunnen letterlijk naar beneden kijken. Gelukkig is er wel electra en draait de ventilator ´s nachts overuren! De volgende ochtend staan we in het donker op omdat we een toer naar de ruïnes van Tikal hebben geboekt om de zon daar op te zien komen. Onze chauffeur en gids komen ruim een uur te laat waardoor we de zonsopgang vanuit de bus moeten aanschouwen. Later bleek dat de eigenlijke chauffeur die dienst had te dronken was om te werken waardoor zijn collega die een vrije dag had ineens moest invallen. Tja, dan zou ik ook chagarijnig achter het stuur zitten. De toer in Tikal is gelukkig erg mooi. Deze ruïnes liggen nog te midden van de jungle welke niet is weggekapt (iets wat bij Palenque wel het geval is bijvoorbeeld). Tijdens het lopen horen we vele vogelgeluiden en ook de brulapen maken een lawaai van jewelste! Gelukkig zien we deze apen later ook en spinapen zoals de gids ons verteld. Helaas zien we geen toekan, een van de beesten die blijkbaar ook veelvuldig aanwezig is op deze locatie. Het mooie aan Tikal is ook dat we bijna alle tempels mogen beklimmen waardoor we een prachtig uitzicht hebben over het oerwoud. Na drie uur lopen laat onze gids ons achter op het centrale plein van de Mayastad. Hier ontmoeten we Martijn en Kim (NL) met wie we gelijk reiservaringen delen en afspreken om diezelfde avond samen wat te drinken en te eten in Flores. Een heel gezellige avond die alweer met cocktails wordt besluit.

Cobán is onze volgende bestemming. Vanaf hier willen we deelnemen aan het ´proyecto eco Quetzal´. Dit is een project om het kappen van bossen tegen te gaan. Toeristen kunnen tegen betaling bij een lokale familie verblijven die onder erg arme omstandigheden leven en het kappen van bossen als enig reddingsmiddel zien om meer land te creëeren en zo meer maïs te kunnen verbouwen omdat de verkoop hiervan hun enige bron van inkomsten is. Wij schrijven ons in en de volgende ochtend staan we met onze kleine rugzak weer voor de deur van het project. Pedro, de vader van het gezin waar we gaan verblijven en tevens onze gids staat ons al op te wachten. Samen vertrekken we met een lokale bus naar een klein busstation om vanaf daar nog een lokale bus te nemen naar San Lucas. We moeten dik een uur wachten op de volgende bus en kijken onze ogen uit. Veel dorpelingen komen aan om hun groente en fruit op de markt te verkopen, andere gaan terug naar hun dorp met grote zakken meel, suiker en rijst die op karretjes af en aan worden gesleept. Vervolgens sjouwt de buschauffeur de grote zakken op zijn nek omhoog om ze bovenop de minibus te gooien. Niels heeft medelijden met de arme man en helpt hem een handje. Eindelijk komt daar de bus die ons naar San Lucas gaat brengen, maar  wij zijn niet de enige die meewillen. Met 27 mensen zitten we hutje mutje in een minibus geschikt voor 12 personen. De enige die comfortabel zit is de chauffeur! Niels zit met zijn knieën in zijn nek (zoals gewoonlijk) en zelfs ik zit erg ongemakkelijk! Iedereen om ons heen lijkt volkomen vrede te hebben met de situatie want je hoort niemand klagen en in het beetje ruimte dat ze hebben presteren ze het ook nog om hun lunch te nuttigen zonder te knoeien! Iedereen wil met ons praten en iedereen is vriendelijk. Waarschijnlijk komt hier zelden een toerist en ik moet mijn best doen om niet hardop in het Nederlands tegen Niels te zeuren onder het mom van dat verstaan ze toch niet. Zelfs na bijna een jaar reizen zijn we nog niets gewend :-). Als we eindelijk de benen kunnen strekken in San Lucas maken we ons op voor een trektocht door de bossen van Guatemala. De weg (voornamelijk omhoog) is heel modderig en we moeten oppassen dat we niet uitglijden. Pedro loopt stevig door en zegt dat het maar een uurtje lopen is wat op bijna twee uur uitkomt. Wat zijn wij blij als hij eindelijk zegt: dat is mijn huis! Maar het loont! Het uitzicht is prachtig! Even een paar dagen geen uitlaatgasssen, geen electra, maar wonen midden in de natuur. Door zijn vrouw Norma worden we met open armen ontvangen waarna we aan hun dochter Monica van 2 jaar oud en aan haar zussen Laura (13 jaar) en Lydia (6 jaar) en broertje Jaime (11 jaar) worden voorgesteld die ook allemaal in hetzelfde huis wonen. Weer hebben we wat presentjes meegebracht in de vorm van eten en Norma is er erg blij mee. Voor Monica hebben we een roze lammetje gekocht als knuffel die ze vanaf dat moment niet meer loslaat. We hebben al snel door dat de keuken de sociale hangplek is. Norma is de hele dag bezig met het maken van tortilla´s, een kunst die ik ook onder de knie probeer te krijgen alleen zijn mijn tortilla´s meer vierkant dan rond. Ik ben het amusement van de dag want voornamelijk door de mannen word ik hard uitgelachen. Gelukkig willen ze mijn tortilla´s later wel eten! Ook Niels waagt een poging maar heeft het daarna wel gezien. Met Jaime en zijn vriendjes zijn ze de hele dag op het voetbalveld te vinden. Tussendoor ga ik met de andere meiden even kijken. Het voetbalveld is een grote modderpoel met flinke kuilen en heuvels en een paar houten paaltjes dienen als doel. Toch heeft iedereen de grootste lol en er wordt op rubberlaarzen gespeeld. Communiceren met de kinderen is lastig want de voertaal hier is Quechi. Pedro spreekt een beetje Spaans, zijn vrouw nog minder en de kinderen schijnen het op school te krijgen, maar daar is weinig van te merken. Gelukkig komen we met handen en voeten een heel eind. Op zondag gaat iedereen normaal gesproken naar de kerk maar omdat er iemand binnen de gemeente erg ziek is gaan ze allemaal bij de zieke langs om daar te bidden. Wij mogen ook mee. Rondom het bed staat het vol met mensen, tortilla´s worden uitgedeeld en tussendoor worden er liederen gezongen. Als ik aan de man naast me vraag wat ze heeft zegt hij dat weten we niet, ze heeft al vijf dagen koorts. Onze vermoedens zijn dat er geen geld is voor een dokter. Het zieke meisje kan niet ouder zijn dan wij en is helaas geen lang leven beschoren. Ik kan bijna mijn tranen niet inhouden en Niels en ik zoeken de frisse lucht op, even niet wetende waar we zojuist getuigen van zijn geweest. Buiten spelen de kinderen en Niels wordt weer meegtrokken naar het voetbalveld. Het leven gaat gewoon door. Binnen de kortste keren begint het weer te regenen en de voetbalkinderen zoeken hun toevlucht in de school. Het duurt niet lang of Niels zijn team heeft zich om hem heen verzameld om op het schoolbord rekensommen uit te voeren en de hoofdsteden van de landen in Midden Amerika te leren van meester Niels. Dat het zondag is maakt dus helemaal niet uit. Ik geniet van het kijken naar dit tafereel en sta even stil bij het feit dat je niet dezelfde taal hoeft te spreken om samen lol te hebben. Prachtig!

Als het droog is loopt Lydia met een mandje mais op haar hoofd de heuvel op. Wij gaan met haar mee. Ze brengt de mais naar een machine die de mais verpulvert om daar uiteraard weer tortilla´s van te maken. Niels en ik kunnen deze smakeloze dingen eigenlijk niet meer zien, maar iets anders is er gewoon niet! En als de jongens weer voetballen besluit ik de dames in de keuken te helpen. Norma vraagt me of we van kip houden. Ik heb nog geen ja gezegd, blij dat we die avond eindelijk vlees krijgen, of Norma´s moeder heeft al een kip van het erf gekozen en draait met blote handen haar de nek om. Oei! Voor mijn neus wordt de kip met heet water afgespoeld, geplukt, gewassen met zeep, nog een paar keer met kokend water afgespoeld, ontleed, in stukken gehakt en gekookt. Als ik vraag hoe lang de kip op het vuur moet blijven krijg ik, oh een uur of twee als antwoord. Dat wordt dus droge kip denk ik bij mezelf.

Als we weer terug gaan naar Cobán vinden we het jammer afscheid te moeten nemen van de gastvrije familie. Het was prachtig om voor een paar dagen deel te kunnen nemen aan hun leven en te weten dat we ze financieel een klein beetje hebben kunnen helpen.

Hierna gaan we met lokaal transport naar Lanquin. Alweer zitten we als kippen in een legbatterij in de minibus en Niels en ik vragen ons toch af of dit het nou wel waard is en of we niet voor het duurdere toeristentransport moeten kiezen de volgende keer. In Lanquin doen we een dagtoer naar Semuc Champey. De hele dag staat in het teken van waaghalzerij. Springen van een 10 meter hoge brug, zwemmen in een grot met een kaars in je hand (heel gaaf!), abseilen midden in een waterval, weer van een rots afspringen, omhoog klimmen langs een touw door het water en aan het eind van de dag relaxen in de blauwe wateren van Semuc Champey waar we met Maurice (Duitsland) en Linda (Luxemburg) bijkletsen over onze reizen. Niels en Maurice hebben meer van de waaghalzerij gedaan dan Linda en ik waardoor we als fotograaf op konden treden. Al met al een heerlijke dag.

De volgende ochtend vroeg vertrekken we naar Antigua en Maurice en Linda zitten bij ons in het busje. De daaropvolgende dagen trekken we met elkaar op. Samen doen we ook de toer naar de Pacaya vulkaan. Heel lang lijkt het erop alsof we niets gaan zien, maar de laatste paar meters wordt het ons letterlijk steeds warmer onder de voeten! Als je te lang stil staat ruik je het rubber dat onder je schoenen aan het wegsmelten is. Vanaf nog geen drie meter afstand kunnen we lava zien stromen. Heel langzaam gaat het vooruit met bovenop donkere stukken steen die een voor een afbrokkelen en naar beneden rollen, voortgeduwd door een gloeiende rode massa! Sommige mensen hebben marshmellows mee en Niels heeft er al snel een paar bemachtigd en op een stok geregen om deze na ze boven de lava te houden lekker op te snoepen!

Antigua is een klein coloniaal stadje waar het heerlijk is om op straat te lopen en gewoon lekker een paar dagen boekjes te lezen en goed te eten. Alles hier lijkt aangepast aan de westerse maatstaven en ze hebben zelfs creamcheese bagels! Vanaf Antigua maken we nog een zijstapje naar Panajachel. Een stadje dat aan een meer ligt en omringd wordt door vulkanen. Vanaf hier willen we namelijk op zondag naar de grootste en meest toeristische markt van Guatemala in Chichicastenango. Zoals gewoonlijk worden overal dezelfde souvenirs verkocht en koop je je spullen bij de persoon waar je het meest bij hebt kunnen afdingen. Inmiddels hebben we al een hoop artesanias ook wel prullaria verzameld waar we absoluut geen idee van hebben wat we er straks thuis mee moeten behalve dan met plezier terugdenken aan onze reis!

Na lang wikken en wegen hebben we toch besloten naar Honduras te gaan ondanks de politieke situatie. Vanaf Antigua pakken we een bus de grens over naar Copán ruïnas waar ons avontuur verder gaat.

Van Peru naar Miami

Puno, Peru. In het eerste opzicht verschilt Peru niet zo veel van Bolivia. De mensen lijken op elkaar, de vrouwen dragen nog steeds hun kinderen de hele dag op hun rug in een fel gekleurde doek, het eten is vergelijkbaar, het klimaat hetzelfde, het grootste verschil is in eerste instantie het geld en de waarde ervan. Van de ´goedkope´ Bolivianos stappen we nu over op de Sol, welke eigenlijk ook niet heel ´duur´ is voor ons, maar na de Boliviaanse prijzen is het toch wel even wennen dat we voor dezelfde chocoladebar op straat eerst voor 5 eurocent konden kopen en nu voor 30 eurocent :-).
Na het inchecken zijn we er gelijk op uit gegaan om een toer te boeken die ons naar de eilanden op het meer Titicaca zou brengen en die ervoor zorgde dat we de volgende ochtend veel te vroeg de wekker hoorden rinkelen. Met een tas vol verse groente en fruit en een kleurboek en kleurpotloden die als geschenk gaan dienen voor ons gastgezin op het eiland stappen we op de boot. Eerst bezoeken we de Uros eilanden. Deze eilanden zijn drijvende eilanden en gemaakt van riet. Regelmatig wordt er een nieuwe rietlaag op het eiland gelegd omdat de onderkant van het eiland langzaam wegrot in het water. Het Uros volk is daar jaren geleden gaan wonen om zichzelf te beschermen tegen invloeden van andere volken, waaronder de Incas, en het verplaatsen van hun eiland was hun defensie mechanisme. Zo konden ze o.a. hun eigen taal het Quechua behouden terwijl er rondom Puno naast het Spaans nog Aymara wordt gesproken. Nu zijn de Uros een toeristenattractie geworden die tegen betaling maar al te graag toeristen op hun handgemaakte rietenboot laten varen. Omdat Niels zijn maag nog steeds raar doet, blijft hij op de motorboot een dutje doen terwijl ik met Luxemburgers Claude en Jackie een rondje op het rieteneiland loop en vervolgens uiteraard ook op de rietenboot een tochtje op het meer maak. Toeristenattractie of niet, het blijft wonderbaarlijk om te zien hoe deze mensen leven en om een kijkje te nemen in hun rieten huizen.
  
 
Na de Uros is het tijd om naar het eiland Amantani te gaan. Niels en ik komen terecht bij Estevan en zijn gezin, althans dat dachten we. De kinderen waren namelijk op dat moment op school in Puno en komen alleen in het weekend thuis. Alleen zijn vrouw zat in de keuken welke ik mocht helpen met het klaarmaken van het lokale eten terwijl Niels als eerste het toilet en daarna het bed uitprobeerde. Toen we de tas met vruchten voor haar neus hielden begonnen haar ogen te lachen. Lekker! riep ze in het weinige spaans dat ze sprak omdat de voertaal hier Aymara is. Het eten was overigens heerlijk! Aan het eind van de middag beklom ik met de Luxemburgers de berg op het eiland om de ondergaande zon te kunnen bekijken terwijl Niels door onze ´mama´ werd verzorgd, rare kruidenthee moest drinken en een ritueel op bed kreeg waarbij alcohol uit een of ander klein flesje op zijn voorhoofd werd gewreven en waaraan hij moest ruiken. Na het avondeten kwam onze ´mama´ weer langs en ik moest mijn trui uit doen om vervolgens een witte blouse met borduursels aan te trekken. Over mijn broek ging een knaloranjerok, om mijn middel een gekleurd centuur, op mijn hoofd een zwarte doek en ik was klaar voor het feest!
Onze ´papa´ Estevan nam mij mee naar het buurthuis waar de andere families ook waren. Op het podium stonden mannen te fluiten en te trommelen en voor ik het wist werd ik door Estevan op de dansvloer geboden. Binnen no time had ik het warm met al die lagen kleren en genoot ik van het grappige dansritueel van deze mensen die bijna alle toeristen die aanwezig waren op de dansvloer kregen. Een heel leuke avond en ik vond het jammer dat Niels deze moest missen. Gelukkig voelde hij zich de volgende ochtend alweer wat beter. De thee had wonderen verricht (ook ik had deze thee moeten drinken) en beiden hoefden we de komende dagen niet meer rapido naar de baño! Helaas moesten we alweer afscheid nemen van onze familie en om hen financieel te steunen kochten we nog wat handgemaakte souvenirs die uiteraard het dubbele in prijs waren vergeleken bij de souvenirs in Puno.
Het laatste eiland van onze tweedaagse trip was Taquile. Vermoeid door de hoogte en de zon hebben we daar alleen geluncht en lekker op het gras aan het water gelegen om bij te komen voordat we de bootrit terug naar Puno zouden maken. Een zeer geslaagde twee dagen.
 
Arrequipa bezoeken we omdat we vanaf daar de Colca Canyon willen gaan hiken. Maar eerst stoppen we met de bus bij Cruz del Condor. Vanaf hier zien we ruim 30 Condors vliegen. Voor ons langs zoeven ze de Colca Canyon in. Sommige rusten op een plateau voor onze neus en als ze weer klaar zijn voor vertrek zien we ze hun enorme vleugels uitspreiden voor ze de sprong in het diepe wagen en door de lucht glijden. Prachtig!
Daarna worden we afgezet bij het beginpunt van het looppad. In twee dagen dalen we af naar het dal en klimmen we weer omhoog naar 3100 meter. En dat was zwaar! Zelfs als je denkt dat naar beneden lopen makkelijk is, als het te lang duurt word je daar helemaal zat van! Het continu afremmen breekt onze ongetrainde spieren op. Desalniettemin genieten we enorm van het uitzicht omdat we dichter en dichter bij het dal en de oase komen waar we tevens de nacht doorbrengen. We nemen een snelle duik in het zwembad die op dat moment erg verfrissend is! De volgende ochtend beginnen we om 5 uur met lopen om de steile klim die gemiddeld drie uur duurt te starten voordat de felle zon onze weg bemoeilijkt. Voornamelijk ik heb moeite met de weg omhoog en Niels lijkt wel een berggeit, die wil alleen maar sneller. Uiteindelijk doen we er twee en een half uur over en zijn we trots dat we de top hebben gehaald. Een welverdiend ontbijt staat op dat moment voor onze neus voordat de bus ons komt ophalen om terug te gaan naar Arequipa. En wie stappen er uit deze bus? Nienke en Micha. Nienke is een studievriendin van Niels en hij is perplex over het feit dat ze elkaar op deze onverwachte manier tegenkomen! Helaas was het bijkletsen van korte duur omdat zij de toer gingen doen die wij net hadden gedaan en de bus moest gelijk weer door.

 
Vanaf Arequipa reizen we door naar Cuzco. Een stad met veel mooie gebouwen, een prachtig centraal plein en rondom de stad zijn vele Inca ruïnes te vinden in de ´heilige vallei´. We verblijven hier een paar dagen in ´het huis van oma´ voor maar 20 sol per kamer per nacht (5 euro!!). De lokale markt om de hoek biedt voldoende gelegenheid voor een goedkoop ontbijt. Als enige toeristen tussen de Peruanen nuttigen ook wij ons broodje ei en verse jus en kletsen we lekker mee in het Spaans. Na een paar dagen herkennen de verkoopsters ons en worden we nog vrolijker verwelkomd. De grote emmers jus staan dan al klaar voor onze neus en we hoeven niet meer te bestellen omdat ze inmiddels weten wat we lekker vinden. Heel fijn! Een van de andere eetspecialiteiten die we hebben ervaren in Peru is het eten van CAVIA! Eenmaal op je bord voor je neus lijkt het net een rat die te lang in de oven heeft gezeten. Maar, als zij zeggen dat we een cavia geserveerd krijgen geloven we dat natuurlijk gewoon! Prima om een keer te proberen, maar erg veel vlees zit er niet op. Niels heeft zich de hele avond rotgekluifd op de botjes!

Na het zien van de kleinere ruïnes in de heilige vallei vertrekken we naar de highlight van Peru: Machu Picchu (MP)! Hiervoor moeten we de trein nemen naar Aguas Calientes. De volgende ochtend gaat daar de wekker te vroeg en beginnen we in het donker om 4 uur met de klim naar de entree van MP om een van de 400 kaarten voor Wayna Picchu te bemachtigen. Dit is de berg naast MP waarop ook ruïnes zijn gebouwd en vanaf waar je een prachtig uitzicht hebt op MP. We lopen langs de bushalte waar op dat moment al zeker 150 mensen aan het wachten zijn en die wachten op de bus van 6 uur! Vrolijk stappen we door met de wetenschap dat we er in ieder geval voor deze mensen zullen zijn! Maar de klim omhoog valt ons redelijk zwaar. Onze zaklamp geeft niet genoeg licht en de Inca traptreden zijn zo stijl en ongelijk dat we op moeten passen dat we niet onderuit gaan. Gelukkig heeft iedereen die we onderweg tegen komen het zwaar en zijn we met zijn allen lekker aan het zweten. Eenmaal boven was het het allemaal waard want we zitten bijna vooraan in de rij! Als om 6 uur de poorten van MP open gaan krijgen we nummer 29 en 30 voor Wayna Picchu terwijl achter ons nog een paar honderd mensen zijn aangeschoven. Omdat de eerste busladingen er nog niet zijn kunnen we prachtige foto´s maken van MP waarop nog geen mens te zien is en nuttigen we vanaf het uitkijkpunt ons welverdiende ontbijt terwijl we de zon op zien komen en foto´s blijven maken. We blijven ons verbazen over het feit dat de Incas zoiets prachtigs hebben neer kunnen zetten op zo´n ongehoorde en bijna onmogelijke plek! Om 10 uur maken we de klim naar Wayna Picchu welke alles meevalt vergeleken met de loop van die ochtend. Bovenop deze berg blijven we lang zitten om van het uitzicht te genieten op MP. Prachtig! Als we aan het eind van de dag terug lopen naar Aguas Calientes zijn we helemaal kapot van al het lopen in de brandende zon en genieten we van een koude douche in ons hotel en een goede maaltijd in een restaurant.

 
Met de trein gaan we terug naar Cuzco vanwaar we doorgaan naar Ica en Huacachina. Dit laatste plaatsje is een oase midden in de woestijn en er staan eigenlijk alleen maar een paar hotels en restaurants. De grote trekpleister hier is het rijden in een buggy over de zandduinen met tussendoor het sandboarden! De rit in de buggy is ongehoord gaaf! Zeker het moment dat je een duin op rijdt en de voorkant van de auto even geen grond onder zich heeft en naar beneden klapt op de top om de duin aan de andere kant weer af te glijden. Vlinders in je buik! Het sandboarden gaf ook een kick! Hard dat we naar beneden gingen! Board onder je buik, liggen, zetje van de gids en gaaaaaan!! Ik heb denk ik de hele woestijn bij elkaar geschreeuwd en Niels kwam niet normaal ver!

De volgende dag gaan we door naar Pisco om naar de Islas Balestas te gaan of ook wel de ´Poor man´s Galapagos´ genoemd. Het stikt hier namelijk van de vogels! We zien duizenden Guano vogels die de eilanden wit hebben gemaakt omdat ze er een dikke laag Guano-poep op hebben achtergelaten! Als de wind onze kant op staat kun je ook maar beter je neus dicht knijpen! Maar het zien van zoveel vogels bij elkaar is wel heel indrukwekkend!
 
Lima is onze laatste stop in Peru en tevens onze laatste stop in Zuid-Amerika! De twee dagen die we hier hebben zijn meer dan genoeg. Een van de leukere dingen die we hebben gedaan is het bezoeken van het fonteinenpark. Als het donker wordt gaat het park open en de grote en verschillende fonteinen worden prachtig verlicht terwijl klassieke muziek overal uit de boxen galmt. Heel mooi! Een speciale eetervaring beleven we in het klooster. Een Franse moederoverste heeft daar een restaurant opgezet om geld voor de kerk in te zamelen. Door de nonnen worden we bediend en om 9 uur wordt door hen het Ave Maria voor ons gezongen. Heel bijzonder! Ook gaan we twee keer naar de film voor 1.25 eur/per persoon. Het goedkope, indrukwekkende, interessante en afwisselende karakter van Zuid-Amerika gaan we zeker missen!
 
We hebben een stopover op Miami voordat we doorgaan met onze reis in Midden-Amerika. Hier blijven we 5 dagen om op het strand te relaxen! Miami is veel plastic fantastic en het gaat er vooral om het bekijken en bekeken worden met als grote tegenstelling dat we in sommige winkels alleen maar Spaans kunnen spreken met het personeel. Onze taxichauffeur spreekt ook geen woord Amerikaans, oftewel in Amerika kan weer alles! Het is overdreven warm in Miami en de airco in onze hotelkamer is dan ook meer dan welkom! Want zelfs een duik in de zee is niet voldoende om af te koelen. Het water lijkt zowaar wel warmer dan de temperatuur in de lucht! Met Mark en Dominique die we eerder in Bolivia hebben ontmoet en nu ook in Miami zijn spreken we regelmatig af om op het strand te liggen, te beachballen, perudo te spelen -soms zelfs in de zee- en cocktails te drinken. Ook Dennis (een van mijn beste vrienden) is op dat moment in Miami te vinden met twee vrienden en op Niels verjaardag gaan we dan ook met zijn allen stappen. Dennis (de schat!) heeft voor ons overdreven veel drop en koekjes meegenomen uit NL die we maar al te graag in ontvangst nemen! In ruil daarvoor krijgt hij van ons een paar zware kilo´s kleding, souvenirs en andere bij elkaar verzamelde rotzooi! Dennis, we owe you! Nogmaals heel erg bedankt! De dagen in Miami vliegen voorbij en voor we het weten zitten we alweer in het vliegtuig op weg naar Midden-Amerika, Belize City!

 

Nieuwe Avonturen in Zuid-Amerika

In Uruguay zijn Niels en ik vrij kort gebleven. In het kort hebben we alleen Colonia en de hoofdstad Montevideo aangedaan. Colonia was een gemoedelijk dorpje tegenover Buenos Aires aan de andere kant van de Rio de la Plata en we arriveerden daar met de boot binnen een uur. Zowel Colonia als Montevideo hebben we in een dag bezocht. Het was heel leuk om weer een ander Zuid-Amerikaans land te zien, maar achteraf baalden we een beetje omdat we vanuit Montevideo niet gemakkelijk door konden naar Iguazu Falls. Hiervoor moesten we weer terug naar Buenos Aires! Dit heeft ons wat extra tijd gekost, maar ach.. nu konden we eindelijk wel een keer een ´super cama bus´ boeken. Dit is de meest luxe bus waarbij je om te slapen helemaal plat kunt, je fatsoenlijk te eten krijgt waarbij wijn en champagne wordt geschonken en je van een eigen televisiescherm gebruik kunt maken met de nieuwste bioscoopfilms en dat alles voor een schamele 6 euro extra per persoon. De 16 uur in de bus vlogen op deze manier voorbij en met onze nieuwe Deense vrienden Simon en Mette uit de bus checken we in bij een hostel in Puerto Iguazu.
 
Meerdere reizigers raadden ons aan eerst de Braziliaanse kant van de watervallen te gaan bekijken en daarna pas de Argentijnse kant. Met Simon en Mette deelden we een taxi om voor een dag de grens over te steken naar Brazilie. Het weer zat helaas niet mee en door het hoge vochtigheidsgehalte kreeg onze camera kuren. We konden geen foto´s meer maken! Simon had gelukkig een onderwaterhuis voor zijn camera en gelukkig hebben we hem kunnen porren wat foto´s van ons te maken bij de watervallen. Thanks Simon! De Braziliaanse kant van de watervallen gaf ons een prachtig overzicht van de watervallen aan de Argentijnse kant maar de volgende dag toen we naast de waterval ´El Diablo´ stonden in Argentinie hielden we onze adem even in. Wat was dit gaaf! Wij genoten van het bulderende geluid van deze enorme waterval. Omdat we geen genoeg konden krijgen van de watervallen bezochten we de Argentijnse kant twee dagen en zelfs toen was het aanpoten om door het hele nationale park te lopen. De boottocht die je aan de voet van een waterval brengt waarna je helemaal nat de boot uitstapt was ook zeker de moeite waard!

 
Na drie dagen nemen we afscheid van Simon en Mette die hun weg vervolgen naar Brazilie. Wij pakten de bus naar Salta een plaats in het noordwesten van Argentinie. Dit was afzien! Alleen semi-cama stoelen waren nog beschikbaar en dat voor een busrit van 26 uur (normaal 24 maar wij hadden nog een ongeluk op de weg ook)! Met een houten kont kwamen we aan en we waren blij weer even de benen te kunnen strekken! Vooral Niels die met zijn lange stelten nogal opgevouwn zat! In Salta hebben we twee heel mooie excursies gedaan. Een naar Cachi waar de enorme cactusvallei het hoogtepunt van de dag was, de ander naar Humahuaca waar alles draaide om lokale markten en de berg genaamd ´siete colores´ waar wij de zeven verschillende kleuren van zeven verschillende mineralen in de berg konden aanschouwen, prachtig! In Salta zijn we uiteindelijk langer gebleven dan nodig omdat de grens met Chili was ondergesneeuwd waardoor onze bus naar San Pedro de Atacama niet ging. Elke middag gingen we langs het busstation in de hoop goed nieuws te krijgen om de volgende dag te kunnen vertrekken. Uiteindelijk was het zover en dit was een van de mooiste busritten die we hebben gehad. Het landschap in de Andes was prachtig dus in slaap vallen om wat uurtjes in te halen was er dit keer niet bij.

 
Nadat we de grens waren overgestoken riep de buschauffeur: ¨San Pedro de Atacama¨! Buiten zagen we zand, zand en nog eens zand. Hmm.. we zijn er. De omgeving verschilde drastisch met dat wat we tot nu toe van Zuid-Amerika hadden gezien en San Pedro was een ervaring op zich. Vanwege de hoogte waren Niels en ik binnen no time uitgeput. Desondanks waagden we het toch om voor een hele dag een mountainbike te huren en op hoogte in de brandende zon helemaal stuk te gaan. In de ochtend wilden we naar de Quebrada del diablo, een luttele 7 kilometer volgens de kaart. Wij hadden er de hele ochtend en het begin van de middag voor nodig! Onderweg moesten we drie rivieren oversteken, iets wat de kaart en de man van de fietsverhuur ons even vergat te melden. Maar als echte Hollanders die graag fietsen lieten we ons niet uit het veld slaan. De schoenen gingen uit, de broek werd opgerold en zo deden we een poging het ijskoude, sterk stromende water meester te worden! Onze moeite werd beloond want het fietsen bij La Quebradad del Diablo was prachtig! Langs hoge rotswanden, in smalle kloven en onder natuurlijke bruggen van steen konden we eens echt mountainbiken! Aan het eind lieten we de fietsen even voor wat ze waren om een berg te beklimmen en van bovenaf ons ´fietspad´ te bekijken! Om twee uur waren we weer terug in San Pedro, hoog tijd voor de lunch! En om vier uur stapten we alweer op de fiets om naar de Valle de la Luna te gaan. Een nationaal park waar je een prachtige zonsondergang kunt bewonderen. We waren nog helemaal kapot van onze ochtend fietstocht, maar begonnen toch aan de tocht van 24 kilometer retour. Eenmaal in het park werd het landschap nog heuvelachtiger (tja, dit zijn wij als Hollanders natuurlijk niet gewend) en op een te steile helling besloot ik te gaan lopen. Niels volgde mijn voorbeeld en dit was een goede zet. Een pick-up truck stopte en de aardige Chileen achter het stuur bood ons een lift aan! Daar zaten we dan, helemaal uitgeput met onze fietsen achterin een auto. De pick-up bleek te behoren tot een stoet van nog twee andere auto´s waar de rest van de familie in zat, opa, oma, alle kinderen en kleinkinderen, iedereen had belangstelling voor ons. En zo konden Niels en ik ons Spaans weer een beetje oefenen. Wij boden aan de familiefoto te nemen zodat iedereen op de foto stond wat erg werd gewaardeerd. In het prachtige maanlandschap haalde de oom van het gezelschap zijn fluit tevoorschijn om iedereen in een keer stil te krijgen en de noten uit de fluit door de vallei te laten galmen. Daarna was het voor ons toch tijd om afscheid te nemen van de familie Caballero omdat wij voor het donker nog terug moesten fietsen. Helaas hebben we door ons avontuur met de Chilenen een groot deel van de zonsondergang gemist op de hotspot van de vallei, maar alsnog was deze niet teleurstellend. Wij hadden een heel mooie dag gehad. Met onze lampen op het hoofd fietsten we de laatste weg, helemaal omhoog terug naar San Pedro. Ik had het idee dat ik steeds harder moest strappen om Niels bij te kunnen houden die mij op een gegeven moment maar begon te duwen. Toen we vanaf het asfalt weer op de onverharde weg terecht kwamen bleek waarom: ik had een lekke band! Niels had geen zin om deze in het donker te plakken en we waren er toch al bijna. De laatste 20 minuten ben ik toen maar gaan lopen. Uiteindelijk lagen we om 8 uur ´s avonds uitgeput op bed. Wat een dag!
Een van de andere hoogtepunten in San Pedro was de sterrentoer via ´Star gazing observatory´. Een knotsgekke Fransman helemaal gepassioneerd van zijn vak en zijn eigen telescopen maakt, leidde de toer die in zijn achtertuin, een paar kilometer buiten San Pedro, plaatsvond. Via telescopen konden wij sterrenclusters, constellaties, supernova´s, planeten en nog meer fonkelend moois aanschouwen. De melkweg was met het blote oog overduidelijk zichtbaar en ze hadden ons met gemak in een hangmat kunnen leggen om ongelimiteerd sterren te kunnen kijken mits het niet zo ijskoud was! De warme choco na afloop was dan ook meer dan welkom terwijl onze Fransman nog even door draafde over zwarte gaten!

 
Met reisagent Cordillera hebben we uiteindelijk onze drie-daagse trip naar Uyuni, Bolivia geboekt. Met Johannes (Duitsland) en Ijoya (NL), Nora en Ana (Denemarken) deelden wij onze jeep waarin we met gids Johnny de weg naar de zoutvlaktes van Uyuni zouden afleggen. In totaal bestond onze kolonne uit drie jeeps en in de twee andere zaten nog vijf Nederlanders, vier studievrienden (Daan, Ruud, Jochem, Nicole) en een vader (Minne) die we tijdens de sterrentoer al hadden ontmoet. Onder het mom van ´soort zoekt soort´ duurde het niet lang voordat de klik er was en er werd weer eens ouderwets geklaverjast waar vooral Niels mee in zijn hum was! Dit had hij tenslotte al ruim acht maanden moeten missen. Overdag was het genieten van het landschap, foto´s maken van de bergen, de lama´s en alpaca´s, de meren met flamingo´s en op de laatste dag gebruik maken van het optisch bedrog op de zoutvlakte, terwijl het elke avond afzien was in de kou waarbij het hele lichaam was bedekt met kleding, maar de vingers het moesten ontgelden om als echte ´die-hards´ de kaarten op tafel te kunnen gooien. Met kleren en al lagen we in bed en een aantal onder ons had flinke last van hoofdpijn veroorzaakt door de hoogte (4300 meter voor de eerste nacht). Gelukkig werd dat gaanderweg iets minder, voornamelijk omdat we iets daalden. En de tweede nacht in een echt zouthotel (een hotel helemaal gemaakt uit zoutblokken) was voor de Uyunitoer zeer aangenaam.
Op de laatste dag was onze chauffeur wel erg vrolijk en nam hij met de jeep iets meer risico dan normaal. Omdat ik voorin zat kon ik de alcoholgeur die om hem heen hing ruiken. Oei! Niet veel later begon hij zelf dat het hem speet dat hij een biertje had gedronken omdat het zijn verjaardag was (en dat al om 9 uur ´s morgens, kunnen ze hier niet tot de avond wachten?). Of dat laatste nou waar was of een smoes om te drinken.. wie zal het zeggen. Wel hielden we hem in de gaten dat hij niet nog meer ging drinken gedurende de dag en uiteindelijk zijn we veilig in Uyuni aangekomen vanwaar we met onze nieuwe Nederlandse vrienden gelijk een bus boekten om naar Sucre door te reizen, de politieke hoofdstad van Bolivia. Een niet te vergeten detail: in Uyuni overhandigde Minne ons een overheerlijke zak drop overgevlogen vanuit Nederland, dankjewel Minne!!

 
In Sucre hebben we een paar heerlijke dagen beleefd waar alles in het teken stond van relaxen en KAARTEN :-)! Vooral de laatste dag hebben we op een balkon van een restaurant aan het centrale plein in Sucre de hele dag in de zon zitten kaarten. Het was heerlijk! Als de ober kwam met nieuwe biertjes was dat bijna vervelend omdat er geen plek voor op tafel te vinden was. Ok, we hebben nog iets leuks gedaan in Sucre, met de dinotruck hebben we dinosaurussporen bekeken in een berg. Na de uitleg van de gids was het erg interessant. Daarvoor vroegen we ons af wat de mijnafgravingen deden naast het museum? Je kunt het wel raden, dat waren dus de dinosporen.

 
Vanaf Sucre zijn we doorgegaan naar Potosi, de hoogste stad in de wereld op 4100 meter en vroeger een van de rijkste steden ter wereld dankzij de zilvermijn, nu voornamelijk een groot toeristentrekplijster voor mijntoers aangezien de mijn redelijk uitgeput is. Desalniettemin probeert een aantal Boliviaanse mijnwerkers waaronder 800 kinderen nog steeds hun kost te verdienen met het dagelijks zoeken naar mineralen in de donkere, stoffige gangen met weinig zuurstof en werken ze soms 24 uur achter elkaar door, kauwend op cocabladeren om staande te blijven in de hoop dat Tio, de god van de mijn, hun het geluk schenkt mineralen te vinden. Hoe we dit weten? Ook wij hebben een toer gemaakt in deze mijnen, kruipend door de donkere gangen met een mondkap op in een poging het stofgehalte dat je inademt te minderen. Ook wij hebben naast de Tio gezeten en mineralen voor de mijnwerkers gewenst met onze gids terwijl we 96% alcohol dronken voor geluk. Zelf trok ik de stof, de hitte en het gebrek aan zuurstof op een gegeven moment niet meer. En nadat al 5 anderen uit onze groep waren afgetaaid vroeg ook ik de gids me terug te brengen naar de frisse buitenlucht. Niels heeft uiteraard de hele toer afgemaakt om tot de derde verdieping in de mijn te verdwijnen en de mijnwerkers blij te maken met de frisdrank en de cocabladeren die we eerder die dag voor ze op de mijnmarkt hadden gekocht. Gelukkig zag ik Niels een half uur later weer terug en toen was het tijd om het dynamiet af te steken dat we ook op de markt hadden gekocht. Wat een knallen! Echt een ervaring om van dichtbij mee te maken!
Onze tweede dag in Potosi begon Niels zijn maag op te spelen en hebben we de hele dag in onze kamer van hostel Koala Den (aanrader!) tv gekeken. De hele dag hebben we crimi´s kunnen kijken zoals CSI, heerlijk! Gek genoeg beginnen we dit soort ´gewone´ dingen steeds meer te missen!

 
In een voor Boliviaanse standaard zeer goede bus (de kippenbus hebben we tot nu toe nog niet gezien) hebben we de nacht doorgebracht om ´s morgens op het busstation in de hoofdstad La Paz uit te kunnen stappen. Lopend zijn we naar het Adventure Brew Hostel gegaan waar een heerlijk pannenkoekenontbijt en een gratis biertje per dag uit de eigen brouwerij ons op stonden te wachten. La Paz is een fantastische stad om vanaf een afstand te zien. Het lijkt dan heel erg op een grote kom waarin vanaf de bodem tot op de stijle zijkanten huizen zijn gebouwd. Vanaf ons hostel hadden we een prachtig uitzicht op de bergen in de verte en in het donker was het lastig de lichten van de huizen te tellen, zoveel als het er waren. Onze excursie naar de berg Chacaltaya was een van de betere dingen die we hebben gedaan in de omgeving van La Paz. De bus brengt je normaal naar een hoogte van 5230 meter waarna je de laatste 200 meter te voet naar de top zelf moet afleggen. De dag dat wij gingen lag er sneeuw en ijs op het laatste stuk van de bochtige bergweg waardoor de buschauffeur het niet veilig achtte verder te rijden. Ruim vier uur hebben we gezwoegd om boven te komen waarbij de ijle lucht ons op begon te breken maar we hebben het gehaald! Het uitzicht was prachtig, maar voornamelijk de ervaring om op een dusdanige hoogte te hiken en de top te halen gaf de grootste voldoening.
 
In een klein vliegtuigje van Amazonas zijn we vervolgens naar de Amazone van Bolivia gevlogen om een Jungle en een Pampa toer te doen. Deze vluchten gaan alleen als het niet regent omdat de landingsbaan van gras is. Bij de Jungle toer hadden we redelijk pech. De motor van onze boot deed het niet en de wachttijd van 11 minuten om de motor te vervangen zoals ons werd gezegd liep uit tot zeker 5 uur vertraging. Onze eerste dag in de Jungle was weg! De tweede dag in de Jungle hebben we enorm veel regen gehad en drijfnat kwamen we terug in Rurrenabaque. Toch hebben we met onze gids een paar mooie lopen door het dichtbeboste gebied kunnen maken en heeft hij ons een en ander gepoogt bij te brengen over de medicinale werking van verscheidene bomen en planten. Geloof het of niet, een van de bomen ruikt onder zijn bast net als knoflook en wordt dan ook in de keuken gebruikt door de lokale mensen. Terug in Rurrenabaque liet de regen zich niet meer zien en was het lekker tropisch warm. Tijd voor een ijsje dus! We staan nog maar net gebogen over de diepvries om een ijsje uit te zoeken of ik word op mijn been getikt. Als ik omlaag kijk zie ik een vies meisjesgezicht met zulke grote vragende ogen, dat het afstaan van mijn ijsje zo gedaan was. Vlak daarna lacht ze en zet ze een grote keel op. Niet veel later komen haar broertjes en zusjes van de straat naar binnen rennen. Tja, die wilden natuurlijk ook allemaal een ijsje. Ach, voor 1 Boliviano per stuk (10 eurocent) kon het er bij ons wel vanaf en hadden we de lokale straatkinderen blij gemaakt.
De Pampa trip ging ons stukken beter af. Niet alleen hadden we prachtig weer, ook hadden we een groep leuke mensen op onze boot en stond het geluk ons toe maar liefst twee Anaconda´s in het wild aan te treffen. Hiervoor moesten we wel ruim twee uur door de zeer natte pampa trekken waarbij je af en toe met laars en al diep in de modder wegzakte! Tijdens de boottochten langs het water konden we meerdere watervogels aanschouwen, honderden aligators en kaaimannen lagen op de oevers bij te warmen in de zon en af en toe kwam er een roze dolfijn ons gedag zeggen. Van te voren hadden we nooit gedacht in hetzelfde water te zwemmen met deze roze dolfijnen terwijl de krokodillen op de oevers op de loer lagen. Op onze vrije middag besloot Niels zelfs voor de lol in het water te duiken bij de krokodillen (zie foto). Het vissen naar Piranhas stond ook op het programma en Niels heeft er maar liefst vijf gevangen! Genoeg om voor de lunch op de barbeque te gooien. Veel vlees zit er helaas niet aan. In Rurrenabaque zijn we weer helemaal bijgekomen van de bijwerkingen die de hoogte op je lichaam heeft. Onze eetlust was weer terug en in een t-shirt konden we weer genieten van de zon in plaats van ik weet niet hoeveel lagen op je lichaam te dragen om de kou van de hoogte te bestrijden!

 
Na een week vlogen we weer terug naar La Paz om op de ´World´s most dangerous road´ te fietsen. Achteraf kunnen we zeggen dat deze benaming nogal overdreven is. Er rijden geen auto´s en vrachtwagens meer op deze weg en voor een fiets is het breed genoeg om niet over de rand te glijden en in het ravijn te vallen zoals voorheen wel met vrachtwagens is gebeurd die elkaar probeerden in te halen op de smalle bergweg. Desalniettemin was de stijle onverharde weg naar beneden spectaculair genoeg om een prachtige dag te hebben! En uiteraard is het altijd fijn om met de auto omhoog te worden gebracht om daarna zelf op volle snelheid 64 km af te dalen vanaf 4700 meter naar 1100 meter boven zeeniveau! Onze fietsen hadden ook dubbele vering en schijfremmen voor extra veiligheid en comfort. Zeker doen als je van fietsen houdt!
Ook hebben we nog een poging gewaagd de San Pedro gevangenis te bezoeken, maar helaas werden daar de toers niet meer gegeven.
 
Copacabana was onze volgende bestemming en ruim 10 dagen ervoor hebben we (voor het eerst op aanraden van andere reizigers) een reservering gemaakt voor een prachtig onderkomen genaamd Las Olas uitkijkend op Lake Titicaca. Ons eigen ´huisje´ voor drie dagen met hangmatten binnen en buiten, een deel van de woning geheel van glas om de warme zon binnen te laten komen en te kunnen genieten van het prachtige uitzicht. Een dag hebben we ´Isla del Sol´ bezocht waar we oude Inca ruines konden aanschouwen en ontmoetten we Mark en Dominique (NL) met wie we diezelfde avond in La Cupula een heerlijk diner nuttigden! De tweede dag besloten we helemaal niets te doen behalve genieten van ons luxe stulpje. Op de markt hebben we boodschappen gedaan zodat we de volgende ochtend weer eens ouderwets met een uitsmijter konden ontbijten! Lake Titicaca bevalt ons wel met alle rust die het uitstraalt. Puno is onze volgende bestemming. We gaan dus de grens over naar Peru om vanaf de Peruaanse kant ook de eilanden op het meer te bezoeken en om er bij een lokale familie een nacht te verblijven. Het zal ons benieuwen!
 

Onze eerste kennismaking met Zuid-Amerika!

Na een korte nacht in het vliegtuig landen we op la Isla de Pascua. Een van de eerste dingen die ons opvalt is dat al het personeel op het vliegveld een mondkapje draagt. Welkom in latijns-amerika! Helemaal erop voorbereid om mijn Frans na Frans Polynesie in te ruilen voor het Spaans blijkt tot onze grote verbazing dat de meeste mensen hier ook Frans spreken. Dit was een stuk makkelijker onderhandelen voor een lagere prijs voor onze kamer want mijn Spaans was toch al wel erg diep weggezakt!

Onze eerste dag op het eiland stond geheel in het teken van het plannen wat we de komende vier dagen gingen doen. We liepen van het reisbureau naar het informatiecentrum en van de duikschool naar het pinautomaat. Pesos! Weer moeten we aan nieuw geld wennen en aan een nieuwe waarde. We hebben op dat moment nog geen idee wat de Chileense Peso doet tegen de Euro en dus gaan we ook internetten. De omgerekende prijzen vallen ons eigenlijk een beetje tegen. Voor Zuid-Amerikaanse begrippen zijn de Paaseilanden redelijk duur. De goedkope completos italianos (een hotdog met guacamole, tomatensalsa en mayonaise) maken daarentegen een hoop goed. De Chilenen zijn niet vies van een beetje saus en voegen daar zelf graag nog ketchup en mosterd aan toe tot het broodje van de hotdog niet meer te zien is. Vol verbazing aanschouwen wij het spectakel en bestellen wij ook onze completo, mmm!! Ook de empanadas zijn erg lekker, vullend en een stuk gezonder ;-)! Lopend langs de kant van het water zien we niet veel later onze eerste Moai. Deze zijn in het echt een stuk groter dan in onze verbeelding en we kijken uit naar onze toer de volgende dag met een gids.

Vroeg zitten we de volgende ochtend in de bus, klaar om de andere toeristen op te halen. In plaats van andere backpackers stappen zes spaanssprekende mensen in van de leeftijd van onze ouders. Niels en ik kijken elkaar aan, dit wordt een interessante dag! Na 20 minuten blijken de familieleden en vrienden naast het Spaans ook een beetje Engels te spreken en hebben we de rest van de dag heel leuke gesprekken! We komen erachter dat ze uit Argentinie komen en in Buenos Aires wonen. De foto´s van hun kinderen komen te voorschijn die onze leeftijd hebben en ze vertellen ons dat ze hierna naar Frans-Polynesie op vakantie gaan. Tussendoor hebben we uiteraard de Moai´s bekeken. De grote uit vulkaangesteente bestaande beelden wekken steeds meer interesse bij ons. Nog steeds is niet bekend hoe de beelden, die uit de vulkaan zijn gehakt op het midden van het eiland, langs de kust terecht zijn gekomen. Verschillende hypothesen komen naar voren en het is aan ons om deze wel of niet te geloven. Vooral de groep van 15 Moai´s die dankzij financiele hulp van Japan allemaal zijn gerestaureerd (het merendeel van de Moai´s staat namelijk niet meer overeind) is erg indrukwekkend. Tijdens de toer bezoeken we ook de vulkaan waar de Moai´s werden gemaakt. Tot op de dag van vandaag zijn daar nog vele Moai´s te zien die nog niet op hun plaats van bestemming zijn aangekomen. Sommige zien we halfuitgehakt nog vast zitten aan de vulkaan, andere staan al rechtop aan de voet van de vulkaan, klaar om getransporteerd te worden. Dit gebied was erg indrukwekkend. Aan het eind van de dag komen we bij onze laatste stop Juk en Jessica en hun twee zoontjes Bram en Stijn tegen. Zij zaten bij ons in het vliegtuig en zijn we gedurende de toer al een paar keer tegengekomen. Nu was het dus tijd om te trakteren. Onder het genot van een kop koffie en thee wisselen we reiservaringen uit en Bram en Stijn zijn fan van de zak snoep die we bij ons hebben. Voor we het weten is het uur dat we op deze plek hebben voorbij en rennen we nog even naar de Moai´s die hier langs het strand staan voor we weer in de bus zitten terug naar het stadje. Met de gezellige Argentijnen wisselen we gegevens uit en worden we uitgenodigd om hen te bezoeken als we in Buenos Aires zijn.

Het is wel duidelijk dat alles op de Paaseilanden om de Moai´s draait want zelfs als we de volgende dag een duik gaan maken ligt ook op de zeebodem een Moai. Welliswaar is dit een replica van beton, maar dat maakt het niet minder indrukwekkend om er langs te zwemmen! Het zicht onder water is ruim 30 meter en het koraal is prachtig. Voor we het weten is de duik voorbij, lunchen we in het dorp en gaan we door met ons middagprogramma: paardrijden langs de Moai´s en naar het hoogste punt van het eiland waar je niet met de auto kunt komen. Binnen vijf minuten vindt Niels het al te langzaam gaan en wil hij wel draven. Hij geeft zijn paard de sporen en voor ik het weet zie ik Niels niet meer. Zijn paard ging er in volle galop vandoor! Tevergeefs deed ik een poging mijn paard achter hem aan te laten gaan. Ik had het meest luie paard van stal gekregen. Onze gids reed nog braaf achter mij aan alsof het heel normaal was dat Niels niet meer te zien was en ik vroeg haar of ze kon gaan kijken waar hij was in de hoop dat hij niet ergens in de bosjes langs de weg lag! Gelukkig was dat niet het geval en stond zijn paard een paar honderd meter verder te grazen. Niels zijn eerste reactie was: ik wil terug! Maar niet veel later wilde hij het toch nog wel een keer proberen en hop in galop! Draven bestond niet voor zijn paard. Wat was ik jaloers! Zelfs met zweepslagen was mijn paard niet vooruit te branden, vreselijk! En Niels bleef maar roepen ¨kom je nou nog?!¨ Toen we na twee uur rijden eenmaal bovenop de berg aankwamen kon ik mijn schrale troost aanschouwen. Niels had twee gigantische blaren op zijn billen! Toch genieten we samen van het uitzicht en draaien we een rondje. Het eiland wordt geheel omgrensd door water en er is geen land in de verte te bekennen. Als je lang genoeg naar een punt kijkt, kun je aan de horizon zelfs de bolling van de aarde zien, Wauw! De terugweg te paard was een regelrechte ramp. We waren beide al enorm stijf, ik van het overmatig aansporen van mijn paard zodat hij maar niet stil bleef staan, Niels van het krampachtig in het zadel blijven zitten in galop. Wat waren we blij toen we eenmaal af konden stappen! In ons hostel bekijk ik Niels zijn blaren nogmaals. Oei, dat ziet er niet goed uit (we zullen jullie de foto besparen ;-) )! En morgen willen we fietsen gaan huren!


De fietsen staan om 10 uur ´s morgens al voor ons klaar maar wij hebben al moeite met het lopen naar de fietsverhuur. Wat zijn wij stijf! Met pijn en moeite (vooral voor Niels) beginnen we aan de klim naar de krater van Ranu Kau. Onze 1,5 liter water blijkt veel te weinig want voor de verandering is het vandaag warm! De zon schijnt volop en de steile weg omhoog begint ons op te breken. Veel stukken besluiten we te lopen, maar eenmaal boven zijn we trots dat we het hebben gehaald! We bezoeken de ruines van een ceremonieel dorp en zien de motu waar de ´birdman´ naar toe zwom. Volgens de traditie werd er elk voorjaar (rond onze tijd Pasen) een zwemwedstrijd gehouden naar de motu. De man die als eerste terugzwom met een heel vogelei werd de ´birdman´ van het komende jaar. In de stenen zien we afbeeldingen van de ´birdman´ gegraveerd. Na een lange dag Moai´s bekijken en met pijn in onze bips leveren we de fietsen weer in. Morgen zitten we stijf in het vliegtuig naar Santiago! De Paaseilanden waren fantastisch. Een grote culturele ervaring!


In Santiago slapen we in het Bellavista hostel op aanraden van Ilse (bedankt!). Vanaf moment een hebben we het hier naar onze zin. We ontmoeten veel leuke mensen en een van de medewerkers van het hostel blijkt normaal gesproken chef kok. Hij stelt voor diezelfde avond te koken en of we mee willen eten. Waarom niet? Een heerlijke ´roast´ komt uit de oven vandaan met groenten en aardappelen. Weer eens een ´normale´ maaltijd! Heerlijk! Voor de kosten gooit iedereen wat in zijn pet naar gelang hoe lekker hij of zij het vond en zo verdient de arme student een extra zakcentje en eten wij goed en goedkoop!
Drie dagen lopen we door de stad, bezoeken we musea, wandelen we door het park, struinen we over de markt en maken we kennis met de Chilenen. Onze laatste avond komt een Australier naar Niels toe als wij met Simon en Stacey uit de UK op het punt staan om uit eten te gaan. Die avond speelt Chili tegen Bolivia voor de WK-kwalificaties. Zijn vriend is ziek en hij heeft een kaartje over voor de wedstrijd. Niels en hij hadden eerder die dag al over voetbal gekletst en dus kwam hij als eerste in aanmerking om het kaartje over te nemen. Niels zijn ogen kijken gelijk mijn kant op vragende ´mag ik alsjeblieft?´ Niet veel later is Niels onderweg naar het stadion en ga ik met Simon en Stacey uit eten en kijken we de wedstrijd in een kroeg. Niels is ongeveer een uur van te voren in het stadion en bijna alle 70.000 supporters zijn al aanwezig. Drie uur lang wordt het zingen niet gestaakt en de wave gaat gemakkelijk vier rondjes door het stadion. Bij elke goal gaat het stadion helemaal los! Chili wint met 4-0 waardoor het na de wedstrijd een gekte van jewelste is in de stad. Als Niels weer terug is bij het hostel gaan we met zijn allen de straat op, feesten. Auto´s die voor de stoplichten stil staan toeteren constant, mensen hangen met de Chileense vlag zwaaiend uit hun auto´s, voorbijgangers gebruiken de stilstaande auto´s als trommel om nog meer lawaai te maken waardoor de vering van de auto´s flink wordt getest. Als we op het dichtsbijzijnde plein komen wordt de menigte niet veel later met rookbommen uiteengejaagd en we duiken een bar in. Het is tijd voor een borrel. Niels bruist nog van de energie en blijft maar over de wedstrijd praten. Stiekem baal ik dat ik niet mee kon.

De volgende dag nemen we de bus naar Valparaiso. Simon en Stacey gaan ook mee en met zijn vieren wandelen we twee dagen door de kleurrijke stad. Overal in de stad valt er wel een kunstwerk op de muren te zien en anders zijn de huizen wel in felle kleuren geschilderd. Omdat de stad op een berg ligt heb je hier vele liften. De een nog ouder dan de ander en van sommige liften vraag je je af of ze niet elk moment in elkaar kunnen storten. De oudste lift is namelijk al in werking sinds 1883. Met horten en stoten word je omhoog of omlaag getakeld want vaak is de trap er niet als alternatief en zijn de houten gammele hokjes je enige vervoermiddel. De meest verrassende ervaring in Valparaiso was voor ons het bezoek aan Ex-Carcel, de voormalige gevangenis. In het begin leek dit niet veel soeps en na een paar minuten rondlopen over het binnenplein van de gevangenis wilden we eigenlijk alweer weggaan totdat een oude man ons benaderde: ´Habla español?´ Niels antwoordt met een grote ´Si!´ waarop hij mij naar voren duwt. De man zag er niet al te fris uit en ik zag er een klein beetje tegenop om het woord te doen. Voor ik het weet neemt de man ons mee naar de ramen van de gevangenis en vertelt hij ons in detail waar we zijn en hoe het gevangenisleven was toen de gevangenis nog in gebruik was. In de kleine kamers die we zien zaten 12 gevangenen. In totaal kon de gevangenis 250 personen kwijt. In werkelijkheid zaten 3000 mensen gevangen. Riolering was er niet wat betekende dat de behoeftes uit het raam werden gedaan. Water was er ook nauwelijks, jullie kunnen zelf de optelsom wel maken. Het kleine pitje petroleum wat ze hadden om op te koken werd gebruikt om stoned van te worden. Als ik hem vraag hoe het komt dat hij er zoveel van weet antwoordt hij met ´ik ben een ex-gevangene´. Ik slik en twijfel even of ik dat wel moet vertalen. Niet veel later vertelt hij ons over zijn ontsnapping samen met 13 anderen en laat hij de tunnel zien die ze destijds hebben gegraven. Na 3 maanden op de straat werd hij echter weer gevangen genomen en moest hij zijn tijd uitzitten, in totaal 14.5 jaar. Een van zijn vrienden is nooit gevangen genomen en schijnt ergens in Argentinie te leven. We krijgen te zien waar gevangenen gefusilleerd werden en zien de kogelgaten in de muur. De ruines van de gevangenis zijn beschilderd en achter elke tekening kent hij het verhaal. De gevangenis begint voor ons te leven. De oude man is erg blij met de tip die we hem geven. Dit is waarschijnlijk de beste toer met een gids die we in tijden hebben gehad!

We nemen afscheid van Simon en Stacey die teruggaan naar Santiago. Wij stappen in een bus om naar Mendoza, Argentinie te gaan. We rijden dwars door de Andes en genieten van het prachtige uitzicht. Het duurt even voordat de hele bus door de immigratie heen is, maar acht uur later komen we dan toch aan in Mendoza. Al snel komen we erachter dat alles hier draait om wijn, wijn en nog eens wijn. Ook eten we voor het eerst een heerlijke Argentijnse steak. Het vlees is hier echt te lekker! Vooral Niels bestelt het grootste stuk vlees dat ze op de kaart hebben en heeft in vier dagen al ruim 1.5 kilo vlees achter de kiezen! Via Campo Base boeken we een wijntoer waarbij we vier wijnkelders bezoeken (een grote wijnkelder, een middelgrote wijnkelder, een klein familiebedrijf en een biologische), een olijfoliefabrikant en een chocolade- en likeurfrabrikant. Om tien uur ´s morgens drinken we ons eerste glas wijn en niet veel glazen later zijn we vrienden met alle andere toeristen van de toer. Vooral met Rob en Adrienne uit Canada, Sven en Kristina uit Duitsland en Laura uit de UK hebben we een klik. We krijgen de verschillende processen te horen tijdens een rondleiding door alle bedrijven en het is erg interessant om de verschillen te zien. Als we om zeven uur ´s avonds weer terug rijden naar het centrum van Mendoza is iedereen helemaal rozig van de wijn. Wat een dag!
De dag erop hiken we door de Andes met Rob en Adrienne. Alles wat we omhoog lopen moeten we ook weer afdalen, alleen dit keer niet te voet maar aan een touwtje. Abseilen, de eerste keer voor mij en uiteraard met mijn hoogtevrees vind ik het doodeng! De eerste helling is maar 12 meter hoog en toch sta ik te trillen op mijn benen. Dat bungyjumpen en skydiven in Nieuw Zeeland heeft nog niet veel geholpen! Als laatste ga ik naar beneden terwijl een van de  instructeurs tegen me blijft praten. Niels gaat uiteraard gemakkelijk naar beneden en geniet van het afdalen. Ik ben blij als ik weer met beide voeten op de grond sta. De tweede helling is 6 meter hoog en is alweer een beproeving. Ook hier daal ik voorzichtig af en al mijn spieren staan strak van de spanning. De laatste helling is 45 meter hoog. No way! Gelukkig kan ik hier naar beneden lopen en wacht ik vol spanning tot Niels naar beneden komt om foto´s van hem te kunnen nemen terwijl hij afdaalt. Bij het zien van de steile helling ben ik blij dat ik deze niet heb gedaan. Dat had ik toch nooit gedurfd! Tevens klimmen er mensen op dezelfde helling omhoog waardoor het extra moeilijk is om zigzaggend je weg naar beneden te vinden op de rechte rotsmuur. Om 5 uur ´s middags krijgen we eindelijk onze lunch! Iedereen heeft ontzettend veel trek. De groep was ook veel te groot, maar ach, we zijn in Zuid-Amerika. Welverdiend glijden we daarna in de ´hotpools´ met uitzicht op de Andes. Dit is pas genieten! In totaal genieten we vier dagen van de wijnstreek Mendoza, daarna is het toch echt weer tijd om door te reizen.

Onze volgende bestemming is Cordoba, een echte studentenstad. Maar ja, wat wil je ook met zeven universiteiten. De stad heeft een aantal heel mooie gebouwen en het bruist met jonge mensen. In de cafe´s raak ik aan de praat met de Argentijnen en ik merk op dat iedereen hier veel meer open is dan in Chili. De Chilenen zijn redelijk nors en je moet ze vriendelijk benaderen wil je ze bijvoorbeeld de weg vragen. In Argentinie hoef je maar vraagtekens op je gezicht te hebben of er komen mensen naar je toe om je de weg te wijzen. Niels vindt het alweer vreselijk dat hij niet kan communiceren met de mensen en ik fungeer net als op Frans-Polynesie als tolk. In het nationale museum van de universiteit van Cordoba hebben we een heel interessante toer met een gids. We lopen door de wandelgangen die de Jesuitenkerk verbindt met de universiteit. Geloof en wetenschap zijn hier nauw met elkaar verbonden. Ook ligt hier een grote collectie heel oude boeken. We zien zelfs een Elsevier terug uit 1661 en meerdere oud Nederlandse teksten. Heel interessant.

Na Cordoba is het toch echt tijd voor de hoofdstad van Argentinie: BUENOS AIRES!! Na de nachtbus komen we ´s morgens vroeg aan in deze bruisende stad. Hier treffen we Rob en Adrienne weer en ook Laura is van de partij die ons elke avond meesleurt naar een ander feestje. Desondanks weten we toch ons huiswerk te maken tussendoor voor de Spaanse lessen die we volgen. Vooral voor Niels zijn deze belangrijk. Omdat hij de enige is op de school met een beginnersniveau betalen we voor groepslessen maar krijgt hij priveles van Elena. Hierdoor gaat hij met sprongen vooruit en verbaas ik me hoeveel hij geleerd heeft in twee weken tijd. Voor mij was het vooral veel herhaling van de grammatica en het leren van nieuwe vocabulaire. Het was heel fijn om voor twee weken weer enigzins een ritme te hebben als onderbreking van het dagelijkse backpacken. Verbazend is het ook dat we de afgelopen twee weken ´druk´ vonden en dit alleen omdat we een dagelijkse verplichting hadden. Het reizen verandert toch enigzins je perceptie! Uiteraard eten we ook hier lekker veel vlees en drinken we heel veel wijn. Jammergenoeg is het wel erg koud! De middagen wandelen we door de stad, bezoeken we de markten, oude gebouwen, musea (vooral het museum Bellas Artes is prachtig) en houden we aan het eind van de dag een siesta. Het Argentijnse ritme is anders vrij lastig vol te houden. Ze doen alles zeker twee tot drie uur later dan wij. Om 20.00 uur ´s avonds zijn restaurants nog leeg. Rond een uur of 21.00 ga je pas uit eten. Een bar wordt pas gezellig na 00.00 uur en een club bezoek je pas om een uur of 03.00 een tijdstip waarop bij ons de stapavond al bijna ten einde loopt! Uiteraard kun je wel eerder naar binnen, maar ja, dan ben je de enige op de dansvloer!
Het eerste weekend gaan we ook gelijk naar een voetbalwedstrijd van Boca Juniors tegen Gimnasia LP. Hier krijgen we te zien wat echte voetballiefde is. Als een spandoek van de tegenstander voor een deel naar beneden valt in het vak van Boca waar wij zitten, klimmen de Boca-fans binnen no time in het spandoek om het ding naar beneden te halen en stuk te scheuren. Het doek geeft echter niet mee. Het volgende plan is om het spandoek in de brand te steken. Ook dit gaat nauwelijks, maar dit lukt uiteindelijk. Dit alles gebeurt nog geen meter bij ons vandaan en vol verbazing kijken we naar het fanatisme waarmee de Boca fans de Gimnasia LP fans uitjoelen. Op het voetbalveld staan de politie en de brandweer naar boven te kijken of alles wel goed gaat, maar zelfs als het doek brandt, wordt er niet ingegrepen. Blijkbaar is dit redelijk normaal. Tijdens de wedstrijd staat een Boca fan onophoudelijk mee te zingen met de liederen. Blijkbaar, als je niet zingt, word je in elkaar geslagen. Gelukkig zitten wij niet in het hooligan-vak waar deze regel geldt. En zelfs als Boca verliest staan de fans nog te zingen alsof er niets aan de hand is. Na een score van de tegenstander komt het vuurwerk tevoorschijn en vanuit het publiek worden vuurpijlen het veld op geschoten. Het stadion trilt en wij genieten van de sfeer. Geen moment hebben we ons onveilig gevoeld en de wedstrijd was een fantastische ervaring (zie ook het filmpje)!

Ook gaan we uiteraard naar een Tango show. Niels en ik vinden het fantastisch! Buenos Aires en de Tango zijn nauw met elkaar verbonden en dat zie je aan alles. Overal kun je Tango schoenen/kleren kopen, veel cafe´s laten de Tango zien terwijl je luncht, op straat dansen mensen de Tango om geld bij te verdienen of gewoon voor de lol, maar de show zelf is toch wel echt iets anders. Heel professioneel en we genieten ruim een uur lang in Cafe Tortoni, het oudste Cafe van Buenos Aires.

Buenos Aires telt verschillende leuke wijken die we allemaal bezoeken (Palermo, Boca, Recoletta, etc.). Twee weken lang slapen we in hostel Nomade II in de wijk San Telmo. Dit is een artistieke wijk met een gezellig plein waar de mensen de tango dansen op straat. Overal zijn winkels te vinden die antiek verkopen of artistiek werk of het nou schilderijen of handgemaakte leren tassen zijn. Alles kun je hier vinden. We bellen de Argentijnen die we op de Paaseilanden hebben ontmoet en gaan diezelfde zaterdag bij ze eten. Om 14.00 uur starten we met wijn en empanadas als lunch. Om 01.30 zijn we nog niet thuis. De argentijnse asado (BBQ) wordt aangezet. In Nederland maken we ons de hele dag druk met het snijden van stukjes vlees, het rijgen van stokjes, het maken van salades en pindasaus en het kopen van stokbrood. Hier kopen ze hompen vlees en in kilo´s gaat het op het vuur. Op een snijplank wordt het aan je gepresenteerd en je snijdt naar gelang behoefte een stuk van het vlees af. Puur vlees met hooguit wat peper en zout, mmm! De BBQ krijgt hier een heel andere dimensie. Ook leren we de dochters kennen van de familie Massa. De jongste is 12 jaar oud en doet mij aan Emilie denken. Ze spreekt vloeiend Engels dankzij haar tweetalige school. De Argentijnen bij wie we zijn uitgenodigd hebben het goed. Drie auto´s staan er voor de deur en in de achtertuin is een zwembad aanwezig. Na een paar dagen nodigt de andere Argentijse familie ons uit. Zij hebben ook een prachtig huis en verwennen ons met een afhaalmaaltijd van de lokale traiteur. Empanadas zoals wij ze nog niet hebben gehad in de stad! De uitnodiging was nogal last-minute, maar dat schijnt hier heel gewoon te zijn. Ook al ben je je huis aan het schilderen en je vriendin belt je om op de thee te komen dan laat je de boel de boel en vertrek je. In Nederland moeten wij de agenda´s pakken om wat af te spreken. Alles gaat hier een stuk makkelijker met veel minder regels. Best wel lekker eigenlijk! De Argentijnen zijn schatten, verwennen ons tot in de puntjes (we krijgen zelfs prachtige wijnen om mee te nemen naar het hostel) en voor mijn verjaardag wordt de champagne uit de kast getrokken. Beter had het niet gekund! Toch missen we op dit soort dagen ´thuis´. Het blijft toch anders om met vreemden je verjaardag te vieren in plaats van met je vrienden en je familie. Overigens, bedankt voor alle felicitaties!

Met een klein beetje weemoed verlaten we morgen Buenos Aires om naar Colonia te gaan in Uruguay. Aan de andere kant is het de tijd om te vertrekken. De minister van volksgezondheid heeft hier besloten alle scholen twee weken langer vakantie te geven vanwege de varkensgriep of zoals ze dat hier noemen de ´Gripe A´. Ook worden veel instellingen gesloten, musea, bioscopen, grote winkelcentra, etc. Steeds meer mensen dragen een mondkapje en we merken dat er ook steeds minder mensen zijn in de clubs. Dus, als alles dicht is, dan maar een plek opzoeken waar we wel vrolijk verder kunnen reizen! Hasta luego!

Frans Polynesie, ook wel bekend onder de naam Paradijs!

Eindelijk is het dan zover: we verlaten het koude Nieuw Zeeland om te landen in Papeete, de hoofdstad van het o zo zonnige Tahiti. Een nacht verblijven we op het drukke toeristische eiland. De volgende ochtend ziten we namelijk alweer op het vliegveld in het kantoortje van Tahiti Nui Travel om onze eiland-pas te boeken. De beste (en enige snelle manier) om tussen de eilanden te navigeren is uiteraard per vliegtuig. Een uur later hebben we 6 vluchten geboekt om de eilanden Huahine, Maupiti, Raiatea, Bora Bora en Moorea aan te doen. Voor we het weten hangen we in de lucht om niet meer dan 20 minuten te vliegen en te landen op Huahine. Vanuit de lucht worden we al lekker gemaakt met de prachtige uitzichten op de lagune! Niels staat al te trappelen om te gaan snorkelen en ook ik verheug erop mijn bikini weer eens onder uit mijn backpack vandaan te vissen!

 

Op Huahine verblijven we bij Chez Guynette. Dit pension wordt gerund door een Frans koppel en heeft voor Frans Polynesie zeer acceptabele prijzen. In de straat zit een 'roulette', de naam op de eilanden voor de rijdende restaurants waar we twee avonden op rij heerlijke 'steak-frites' eten terwijl we naar de zee kijken. Het snorkelen bij het strandje voor de deur is prima, maar nog niet helemaal wat we ons van het snorkelen op Frans Polynesie hadden voorgesteld. We beleven twee heerlijke dagen maar verheugen ons het meest op Maupiti waarover we van andere reizigers niets dan goeds hebben gehoord.

Na alweer een korte vlucht met prachtig uitzicht op de eilanden worden we op Maupiti opgehaald door Jojo van het pension Poe Iti. We blijven hier vier nachten en wanen ons echt op het paradijs. Pension Poe Iti bevindt zich niet op het eiland Maupiti maar op haar motu. Dit is het reepje land dat de lagune en de oceaan van elkaar scheidt. De gastheer en gastvrouw, Gerald en Jose zijn ontzettend aardig en voorzien ons van alle gemakken. In tegenstelling tot de andere pensions zit het gebruiken van de kajaks, de boottochtjes op de lagune om naar het dorp te gaan, drinkwater, vers fruit etc. allemaal bij onze slaapprijs inbegrepen. Onze bungalow is zelfs voorzien van airco (geen overbodige luxe met alle muggen hier!) en een tv met DVD speler! Jammer voor Niels dat alle films op de harde schijf in het Frans zijn! En als enige pension draait Poe Iti volledig op windmolens en zonnepanelen. Zo dragen we ook nog een beetje bij aan het milieu. Op dag 1 neemt Gerald ons mee op zijn boot de lagune op om Manta roggen te gaan spotten. De dag ervoor hebben twee andere gasten met Manta roggen gesnorkeld en omdat wij tot dan toe nog niet een keer een Manta hebben mogen aanschouwen, verheugen we ons enorm om met hem mee te gaan. Na tien minuten varen heeft Gerald de eerste Manta gespot. 'Daar!' roept hij. Niels en ik turen naar het water maar zien helemaal niets en knijpen onze ogen om het wateroppervlak af te zoeken totdat we met de boot zo dichtbij zijn dat we de enorme rog niet meer kunnen missen. Hij is aan het eten en draait rondjes aan de oppervlakte. Af en toe zien we de punten van zijn vleugels uit het water omhoog komen. Prachtig! Als we te dicht bij zijn duikt onze Manta naar de diepte. Weg. Niels baalt want hij stond al startklaar met zijn snorkelspullen. Niet veel later zien we weer een Manta. Dit keer gaat Niels als een speer het water in, maar het zicht op de plek waar de Manta´s zwemmen is niet fantastisch. Twee tot drie meter. Niels probeert dichterbij te komen wat helaas niet lukt. Weer is de Manta weg! Gerald zegt dat we morgenochtend maar naar het ´schoonmaakstation´ van de Manta´s moeten gaan. Daar is het zicht beter. En hij heeft gelijk. De volgende ochtend kunnen we gelijk het water in en na een paar minuten rond zwemmen zien we 4 meter onder ons een Manta! Deze volgen we rustig vanaf de oppervlakte. Wat een fantastisch mooi en groot beest. En wat een rust straalt hij uit! Niet veel later komt er een groep van drie Manta´s aan die zich bij de andere Manta voegt. Wij genieten om deze groep grote onderwater´vogels´ door het water te zien vliegen. Want daar lijkt het het meest op, vliegen, in alle rust glijden ze door het water wapperend met hun grote vleugels. Als we een poging doen om naar de diepte te duiken om ze van dichterbij te bekijken lijken ze sneller te gaan zwemmen. En na een paar minuten verdwijnen ze uit ons zicht. We blijven nog rondzwemmen in de hoop een andere groep Manta´s te zien. Helaas is dat niet meer het geval. Wel komen we twee Adelaarsroggen tegen. Ook deze zijn prachtig om te zien! Enthousiast klimmen we de boot weer op. Merci Gerald!

Terug op het pension gaan we aan de oceaankant van de motu verder snorkelen. Het is in het begin heel ondiep en af en toe moeten we onze buik in houden om over het koraal te drijven maar het is de moeite waard! ´s Avonds eten we met Gerald en Jose en alle andere gasten aan de grote tafel in de ontvangstbungalow. Jose heeft zich uitgesloofd in de keuken en overal op tafel staan bordjes met diverse soorten vis. Rauwe vis, half rauw, vis in vanille saus, viskoekjes, garnalensalade, etc. Voor Niels een feest, ik weet het nog zo net niet. Aarzelend proef ik alles wat Niels mij voorschotelt en niet veel later ligt er een hele lading rauwe tonijn op mijn bord, lekker! De vis in vanille saus gaat ook als zoete koek naar binnen. Wie had ooit gedacht dat ik zoveel vis zou eten! Ook de avonden daarna bewijst Jose dat ze de Polynesische kookkunst tot in de puntjes beheerst want er is niets dat niet door mijn mondje gaat! Als we op een avond zelfs kreeft krijgen moet ik ook dat proberen. Mmm! En dat voor iemand die geen vis lust(te). Niels eet zelfs twee halve kreeften en als Jose een derde halve aanbiedt zegt Niels toch nee. Het is te veel! Tonnetje rond gaan we elke avond naar bed! Gelukkig liggen we ook hele dagen in het water te zwemmen, snorkelen en te kajakken zodat we de grote avondmaaltijden enigzins compenseren! We verslinden boeken, als het mij zelfs op het strand te heet wordt om te lezen ga ik in het ondiepe water van de lagune (bij laag tij kun je op een plek van de motu naar het eiland lopen) zitten met mijn boek. Heerlijk!

Maupiti is heerlijk rustig. Op een avond tijdens de gesprekken onder het eten komen we te weten dat het eiland in totaal plek heeft om 80 toeristen te herbergen. Ook krijgen we te horen dat Unesco met een delegatie van 250 mensen naar Maupiti gaat om te kijken of het eiland op de lijst van de werelderfgoederen kan (Niels en ik vinden van wel!). Mijn logische volgende vraag was dan ook: waar gaan al deze mensen dan slapen? Het antwoord: gewoon, bij de mensen thuis op een matras op de grond. Niks geen 5 sterren hotel-zakenreisje dus voor een deel van de Unesco mensen, haha! De gesprekken tijdens het avondeten verlopen over het algemeen geheel in het Frans wat resulteert in herhaaldelijke vragen van Niels naar wat er wordt gezegd en ik zodoende voor tolk speel. Iets dat mij inmiddels niet geheel onbekend is :-).

Een van de gasten in het pension is de bankier van het eiland. Eens per maand komt hij met een koffer met geld bij de mensen van Maupiti langs zodat ze geld kunnen storten of kunnen afhalen. Er zijn geen pinautomaten op het eiland, je kunt je creditcard niet gebruiken in pensions, noch is er een bank. Wij moesten onszelf dus voorzien van voldoende cash voordat we naar Maupiti gingen. Toen de bankier aankwam keken Niels en ik elkaar aan. Zo zijn wij allebei nog nooit naar ING/Merrill Lynch geweest! Deze bankier loopt op zijn slippers, in een korte broek met mouwloos t-shirt en grote tattoos prijken op zijn benen en armen. Haha, zo willen wij ook wel bankier zijn! Hij zit nooit op kantoor en vliegt van eiland naar eiland om zijn zaakjes te regelen en elke keer wordt hij door de locals ontvangen. De koffer met geld ziet er ook doodnormaal uit. Niks geen koord om zijn arm ter beveiliging. Dat gezegd hebbende, op het eiland is ook geen politie aanwezig. Er is maar een weg zonder verkeersborden of stoplichten en als je bijvoorbeeld je rijbewijs wilt halen dan hoef je eigenlijk alleen maar te kunnen schakelen. Gelukkig durven de Polynesiers in Europa niet achter het stuur te kruipen als ze op vakantie gaan. Ze rijden namelijk nooit harder dan 60 km/uur. Heel relaxed! En een file, dat kennen ze niet. Wat een leven, niet?

Als we op dag 5 afscheid moeten nemen van Gerald en Jose balen Niels en ik stiekem een beetje. Niet dat we daar recht op hadden met o.a. Bora Bora in het vooruitzicht, maar Maupiti heeft ons hart wel gestolen.

Omdat er geen directe vlucht naar Bora Bora gaat hebben we eerst een hele dag op Raiatea. Wij besluiten voor de dag een auto te huren en een rondje om het eiland te rijden. In onze piepkleine Fiat cruisen we met een voornamelijk langzamere snelheid dan de maximumsnelheid van 60 km/uur rond het eiland. We doen uiteindelijk acht uur over het afleggen van 100 km. Onderweg halen we in het dorpje vers stokbrood en brie om te lunchen. Lekker! We stoppen bij wat ´culturele´ sites die in onze ogen niet heel veel voorstellen (sorry!) en zeggen iedereen gedag die we tegen komen. De lokale bewoners zijn erg aardig en zwaaien vrolijk terug. Ze verkopen lokale vruchten en vers gevangen vis langs de weg. Ook bezoeken we een ´pearlfarm´ en bewonderen we de mooie parels. Na een interessante dagtoer staan we aan het eind van de dag weer op het kleine vliegveld voor onze vlucht naar Bora Bora. Helaas komt ons vlietuig iets te laat aan waardoor we de zonsondergang vanaf het vliegveld zien en niet vanuit de lucht. Jammer.

Bora Bora ontdekken we dus pas vanaf de volgende ochtend. Gelijk gaan we met de Nono toer mee die ons hostel Chez Nono organiseert. De hele dag in een boot op de Lagune met snorkelstops en een lunch op een motu. Wie wil dat nou niet? Diezelfde dag zitten ook onze twee Canadeze vriendinnen op de boot en Helen en Darren uit de UK van ons hostel. We wisselen zoals gewoonlijk reisverhalen uit en Niels en ik vragen ons af waarom we Darren en Helen nog niet eerder zijn tegengekomen omdat ze bijna dezelfde weg hebben afgelegd als wij rond dezelfde tijd! Onze eerste stop is het snorkelen met roggen en rifhaaien. Als de boot geankerd is op het ondiepe water van de lagune cirkelen de roggen al om de boot. Ze weten wat er staat te gebeuren: eten! Om die reden komen de roggen heel dichtbij en proberen ze op je omhoog te zwemmen om te kijken of je eten bij je hebt. We genieten van het feit dat we zo dichtbij de roggen kunnen komen en dat we de zachte rubberachtige beesten kunnen aanraken! Om de roggen heen cirkelen de rifhaaien die ook een poging doen iets van de vis te bemachtigen die onze gids mee heeft gebracht. Dit is achteraf het hoogtepunt van de dag!

De lunch op de motu was erg lekker. Uiteraard kregen we weer vis (marlijn) en lekker veel fruit. Met een volle buik varen we naar een andere snorkellocatie waar we dit keer zelf de vissen op moeten zoeken. De stroming is helaas enorm en het snorkelen is daardoor zeer vermoeiend! Binnen een uur zijn we weer terug op de boot en voor we het weten hebben we het rondje varen rondom Bora Bora achter de rug. Een heel mooie dag waarbij we aan het eind de vele verschillende kleuren blauw nauwelijks meer van elkaar kunnen onderscheiden!

Diezelfde avond gaan we in een van de luxe resorts bij de bar een drankje drinken om de Polynesische dansvoorstelling te kunnen kijken. Met zijn allen is dit een erg gezellige avond! Op Bora Bora maken Niels en ik nog twee prachtige duiken waarvan eentje met Lemonsharks. Deze haaien zijn ongeveer 3 meter groot en komen vrij dichtbij je zwemmen en dat zonder dat ze gevoerd worden. Dit maakt het nog spectaculairder! Verder zien we een hoop lionfishes, heel mooi! Met Darren en Helen brengen we het meest van de tijd door, snorkelend, zonnen op het strand, samen eten en lekker veel kletsen! Vooral voor Niels is dit fijn omdat hij voor de verandering eens geen Frans hoeft aan te horen voor een paar dagen! De tijd vliegt op het mooie Bora Bora waar de hutjes op het water meer regel zijn dan uitzondering. Toch vonden we Maupiti, naar men zegt het Bora Bora van 30 jaar geleden, veel mooier! Voornamelijk omdat de grote luxe hotels en het massatoerisme daar (nog) niet aanwezig zijn.

Moorea is ons volgende eiland. Hier hebben we voor Frans Polynesische begrippen heel goedkope accomodatie kunnen vinden. Omdat Moorea heel dichtbij Tahiti ligt (een half uur met de boot) komen veel mensen uit Papeete hier naartoe om het weekend door te brengen. Dit maakt dit eiland ook heel toeristisch en voor ons minder aantrekkelijk. Toch hebben we uiteindelijk een heel leuke tijd hier. We liften voor het eerst in ons leven naar het Intercontinental hotel. Ze hebben daar dolfijnen en we genieten een paar uur lang van een dolfijnenshow waar we de dolfijnen meters uit het water zien springen met op de achtergrond de mooie lagune van Moorea. Daarna liften we weer terug naar ons hostel en we stuiten weer op heel leuke mensen.

Een andere dag besluiten we te zwemmen naar de motu´s van Moorea. Er is tussen de motu´s een heel nauwe doorgang met heel ondiep water waar veel roggen zwemmen. Om bij de motu´s te komen moeten we wel een waterkanaal over met een aardige stroming. Onderweg corrigeren we tijdens het zwemmen flink om koers te houden en kijken we uit voor boten die langs komen. We halen de overkant! De lokale bewoners hebben niets te veel gezegd: de roggen zijn er! Niels en ik liggen plat op onze buik in het 20 centimeter diepe water om de roggen op de kleine visjes te zien jagen. Heel leuk! Jammergenoeg vliegt onze tijd ook hier en zitten we op de leukste vlucht naar Tahiti. Welgeteld duurt de vlucht met Moorea Air nog geen 10 minuten wat eigenlijk alleen het stijgen en landen inhoudt. De Cockpit is open en we kunnen alle radartjes van dichtbij bekijken. Als Niels door de vooruit een foto probeert te maken van Tahiti neemt de co-piloot zijn camera over om de foto voor ons te maken! Heel leuk! Op het vliegveld van Papeete komen we Darren en Helen weer tegen die doorvliegen naar Los Angeles. Vanaf hier scheiden onze wegen. Wij vliegen namelijk naar de Paaseilanden!

Nieuw Zeeland: het zuid eiland

Onze Ferry tocht van Wellington naar Picton is voorspoedig verlopen. We hadden helaas niet het prachtige weer om van het uitzicht vanaf de Ferry te kunnen genieten en de dolfijnen lieten zich ook niet zien. Wel raakten we gezellig aan de praat met twee Fransen die besloten een dag met ons mee te rijden op het zuideiland omdat ze zelf toch nog geen plannen hadden gemaakt. Samen vertrokken we naar Blenheim, een wijnregio. Je raadt het al, we hebben allerlei wijnen geprobeerd en lekkere kaasjes gegeten. Het was een erg gezellige dag maar toch moet ik zeggen dat ik niet echt fan ben van de NZ wijnen.

Vanaf Blenheim zijn we via Nelson doorgereden naar Abel Tasman National Park. In Nelson hebben we onze ruitenwisser, die in Wellington was stukgetrokken, laten maken door een tweedehands auto dealer. Oftewel, de ruitenwisser van een oude auto werd eraf gehaald en geruild met die van ons. Handje contantje afrekenen en wegwezen. Het was maar goed ook dat we dat hadden gedaan want onderweg naar Abel Tasman NP begon het enorm te regenen! Wij baalden enorm want we wilden daar lekker kajaken en wandelen. We checkten in op een camping zodat we in de keuken droog konden zitten en niet gelimiteerd waren tot onze kleine knusse camper. Helaas heeft het de hele nacht daarop geregend en de volgende ochtend ook. Bij het info center checkten we het weerbericht voor de komende dagen: regen, regen en nog eens regen. Omdat we toch een beetje krap aan de tijd zaten in NZ besloten we niet te gaan wachten en reden we door langs de westkust naar Franz Josef en Fox Glaciers. Onderweg komen we in Hokitika James tegen. Hij was een van de andere mensen met wie we in Australie op Fraser Island hebben gekampeerd en hij had ons toen al verteld dat hij daarna door NZ ging toeren op de fiets! Prachtige verhalen had hij over al zijn avonturen. Niels vond het helemaal geweldig en wilde uiteraard ook ineens door NZ fietsen. Elke fietser die we daarna in het berglandschap op de weg tegenkwamen werd flink door ons toegejuicht want het fietsen in die barre omstandigheden is niet makkelijk!

Eenmaal bij de DOC campsite bij Franz Josef Glacier deden we een poging tot koken in de regen. We hebben uiteindelijk twee dagen gewacht bij de Glaciers voordat we onze acht uur lange wandeltrip op de Gletsjer boekten omdat we mooi weer wilden hebben. Fox was op dat moment niet begaanbaar. De gletsjer had teveel schade van de regen ondervonden en het was daar te gevaarlijk om te hiken. Op Franz Josef gingen de trips wel door en met een gids en 8 andere toeristen begonnen we 's morgens vroeg aan onze hike. Het eerste stuk door de vallei was makkelijk, maar er werd stevig doorgelopen door onze gids. Aan de voet van de Gletsjer moesten we onze 'crampons' onder onze schoenen binden zodat we tijdens het lopen meer grip op het ijs hadden. Dat was even wennen, maar al snel kregen we vertrouwen in de ijzers onder onze voeten en begon het zweten. We klauterden vrij snel en stijl omhoog om zo snel mogelijk op het mooiere ijs te komen bovenop de gletsjer, het zonnetje begon te schijnen en de lucht was op dat moment strakblauw. Wat een prachtige dag! Voornamelijk de 'crevasses', smalle spleten in het ijs waar je tussen twee ijswanden door kunt lopen waren prachtig! En de ijsgrotten waar ze ons door lieten lopen waren fantastisch! Een van de grotten was zo klein dat we op handen en voeten erdoorheen moesten. Een haakse bocht halverwege en daarna weer recht omhoog om naar het licht te klimmen. Heel gaaf! Gelukkig hadden we schoenen en kleding van hen gekregen waardoor nat worden geen probleem was! In de middag begonnen we aan onze afdaling en zagen we dat het in de vallei al regende. Ach, wij hadden onze hike er al bijna opzitten dus die regen maakte ons niet meer uit!

Wanaka was onze volgende bestemming waar we aankwamen op een strakblauwe dag. Het is weer om te skydiven! Ondanks mijn hoogtevrees wilde ik dit mijn leven lang al een keer doen en Niels is altijd overal voor in. We belden de maatschappij en helaas, ze waren volgeboekt voor de rest van de dag. Morgenmiddag konden we terecht. Na een stressvolle nacht en ochtend arriveerden we om half 2 op het vliegveld van Wanaka. Na het zien van het introductiefilmpje waarin ze uitleggen wat je te wachten staat zei ik 'ik ga niet meer'. Bij het zien van het moment dat je uit het vliegtuig hangt schoot ik in de stress! Uiteindelijk heb ik toch het formulier getekend en betaalden we. En toen was het wachten op onze buurt. Nog eens een half uur extra. Iedereen die naar boven ging was zenuwachtig, iedereen die beneden kwam zat vol enthousiasme en adrenaline. Eerst kregen we een clownspak aan en een harnas om. Niet veel later stelden de skymasters zich aan ons voor. Ollie zou met mij springen en Ingemar zou mijn film maken. Vanaf dat moment ging alles vrij snel. Voor we het wisten zaten we krap op elkaar in het vliegtuigje dat ons naar 12,000 ft zou brengen. Ollie vertelde me welke bergen ik kon zien vanuit het vliegtuig, alles om je aandacht van de sprong af te leiden en de zenuwen te doen verdwijnen. Niels moest als eerst, ai! De 'exit' deur ging open en voor ik het wist was Niels weg. Wow, dat ging snel! Op de intro film leek het een eeuwigheid te duren voor je uit het vliegtuig zou springen en dat hangen op de rand leek me niks. In het echt heb je niet eens tijd om na te denken. Je zit vast aan je skymaster en voor je het weet hang je in de lucht. WAAAAAUUUWWW!!! Als een vogel vloog ik door de lucht en een enorm gevoel van vrijheid bevatte me. Dit was puur genieten! Tijdens mijn vrije val heb ik nog even de hand van mijn cameraman geschud en was ik aan het juichen, zo gaaf vond ik het! Toch zijn 45 seconden niet heel lang en plop daar ging de parachute open. 'And now, relax' zei Ollie tegen mij. Nogmaals kreeg ik te horen welke bergen en meren in kon aanschouwen en ook dit deel van het parachutespringen vond ik prachtig. Hey, daar is Niels! Ik kon zijn parachute onder me zien (gelukkig)! Eenmaal aan de grond zat ik nog vol adrenaline en Niels ook zo te zien want hij kwam op me afgerend! Ik ben alleen maar aan het lachen en ergens ook verbaasd dat het zo fijn kan zijn om uit een vliegtuig te springen! Dit is echt het allergaafste wat ik ooit heb gedaan! Om mee te genieten van dit feit kun je in de video sectie het filmpje van onze sprong bekijken! Oh, ik doe het zo nog een keer!

Vanaf Wanaka reden we naar Queenstown. Onderweg stopten we eerst nog even bij het kleiduif schieten omdat Niels dat heel graag wilde doen. Met een geweer en twintig kogels stond hij in een hokje, klaar om knaloranje schijfjes stuk te schieten. Van een afstand keek ik toe. Dit is echt niets voor mij! Niels daarentegen was helemaal in zijn sas! Uiteindelijk had hij er tien uit twintig geraakt wat erg goed bleek voor een eerste keer aangezien je, volgens de eigenaar, een goede beginner bent als je er drie of vier raakt van de twintig. Apetrots achter het stuur reed Niels ons daarna naar Queenstown. Dit is een erg gezellig dorp wat wij vergeleken met een skidorp. Queenstown staat bekend om de adrenaline activiteiten, bungyjumpen, raften, skydiven,.. etc. Maar dit hadden we allemaal al gedaan! Toch had Niels hier maar een doel: de 134 meter hoge Nevis Highwire bungyjump doen. Niels wilde het liefst naar binnen lopen, de bungy boeken en naar de sprong gaan om een dag en nacht zenuwen te vermijden, maar zo bleek het niet te gaan. De Nevis zat helemaal volgeboekt! Er was nog een plaatsje voor donderdag en dus kon ik niet met hem mee om te kijken! De hele dag door was Niels gespannen. Wel 100 keer heeft hij zijn sprong op het droge geoefend en de hele nacht heeft hij mij uit mijn slaap gehouden. 8H30 de volgende ochtend (dit had niet veel later moeten zijn) stonden we voor de deur van de Nevis Bungy, klom Niels in de bus en kroop ik achter de computer in een internetcafe, wachten en hopen dat alles goed zou gaan. Hieronder een samenvatting van Niels geschreven stukje uit ons dagelijkse reislog: Met twintig zenuwachtige mensen en op de achtergrond allerlei nummers die je kon associeren met de bungyjump (I believe I can fly, Jump jump, You're mama told you not to do so, etc.) zat ik in de bus die de niet met elkaar pratende zenuwachtige groep omhoog reed door priveterrein de bergen in tot het enge aangezicht van de Nevis Bungy. Een gondel gespannen aan kabels bovenaan een klif van 134 meter hoog. Welke idioot gaat hier nu vanaf springen? Ik dus. Eenmaal in het glazen bakje waarin je recht naar beneden de afgrond in kon kijken kreeg iedereen een harnas om. Het ging op gewicht en Ik was als vijfde aan de beurt. Wachten dus... Voor de sprong kon ik gaan liggen in de stoel, omschreven als een kruising tussen de tandartsstoel en de gynaecoloogstoel. Eenmaal vastgebonden aan het bungykoord schuifel ik naar een ijzeren plateautje, het randje van de afgrond en speel ik de sprong die ik in mijn hoofd al vele malen heb geoefend af. 3, 2 de armen gaan naar achteren, de benen door de knieen, 1 de sprong! Met de armen gestrekt opzij vlieg ik door de lucht, de eerste paar seconden geen idee hebbend van wat ik aan het doen ben, daarna wordt de angst omgezet in pure adrenaline, genieten! Wauw, wauw, wauw, nog een keer! Ik schreeuw het uit! Uitgebungyt trek ik een koord los om mijzelf om te laten klappen zodat ik met het hoofd omhoog terug getakeld kan worden naar het bakje van de Nevis Bungy. Aaahhh!! Ik kan niet wachten om mijn avontuur terug te zien op DVD en alles aan Celine te vertellen! Helaas duurt dit nog zeker 45 minuten.

De rest van de dag zat ik opgescheept met een overdreven enthousiaste Niels en moest ik rijden zodat hij zijn bungy filmpje nog minstens 100 keer kon terugzien op de camera. Ook meegenieten van zijn sprong? Zie het filmpje onder het kopje video!

Via Te Anau reden we naar Milford Sound. En tja, je raad het al: alweer regen! We rijden zo ver mogelijk door en camperen op de dichtsbijzijnde camping bij Milford Sound. Ze voorspellen goed weer voor de volgende dag en we hopen een cruise te doen langs de sounds. Vroeg worden we wakker en als we de strakblauwe lucht zien is het niet aarzelen, snel aankleden, bed aan de kant, stoelen goed en ontbijten achter het stuur. We moeten namelijk nog zeker 1,5 uur rijden voordat we in Milford Sound zijn. De weg daarnaartoe is prachtig en onderweg zien we sneeuw! Heerlijk! Dat is weer eens wat anders dan al die zonnige bestemmingen. We zien twee andere toeristen die nog nooit in hun leven sneeuw hebben gezien en die zijn werkelijk waar totaal verbaasd! Verlangend naar een dag op de ski's/het snowboard rijden we door naar de Homer Tunnel. Deze is 1270 meter lang en eenrichting! Onderweg zijn bredere gedeelten waar je kunt wachten op andere auto's om deze te laten passeren. Voorzichtig rijden dus! Eenmaal bij de haven boeken we de eerste de beste cruise die vertrekt want voor je het weet slaat het weer om. Met een strakblauwe lucht rijden we langs de prachtige bergen met besneeuwde toppen, de watervallen, de zeehonden en genieten we van de zon die ons opwarmt! Vooral de berg met de naam 'Mitre Peak' vinden wij prachtig en de twee uur durende cruise is veel te snel voorbij. Terug bij de camper maken we een lunch die we nuttigen met het uitzicht op de Sound. We prijzen ons nogmaals gelukkig met het weer want zonder jas zitten we buiten! De hele terugrit naar Te Anau is nu ook een stuk mooier. We kunnen alle bergen zien die de dag ervoor verstopt zaten achter de mist en we stoppen nu bij elke lookout om foto's te nemen. Pas aan het eind van de middag komt de regen weer aanzetten en wij rijden zo ver mogelijk door om naar Dunedin te gaan.

In Dunedin en Oamaru, het volgende stadje dat we bezochten, draait alles om pinguins! Na een korte hike op het strand kun je door de duinen klimmen naar een 'hide', een hut van waaruit je de pinguins kunt bekijken. De beestjes zijn nogal schuw en komen niet na een dag vissen aan wal als ze worden afgeschrikt door vreemdelingen. We bewonderen de yellow-eyed pinguins in Dunedin. Ook zien we hier zeeleeuwen die totaal niet bang voor ons zijn en zich van vrij dichtbij laten fotograferen. Toch willen we in Oamaru de pinguins van dichterbij bekijken en hier betalen we om een wilde blue-eyed pinguin kolonie te zien. Het is zo leuk om deze beestjes uit de golven op de rotsen naar boven te zien hupsen op naar hun nest. En de geluiden die ze maken zijn te schattig voor woorden! Artis is hier niets bij! Als we na 1,5 uur kijken in de kou nog geen genoeg krijgen van de pinguins worden we als laatsten weggestuurd. Op de parkeerplaats schrikken we omdat er iets over de weg loopt: een pinguin! Zo leuk! De borden staan er dus niet voor niets!

In Oamaru vinden we een Nederlandse bakker. Naar hartelust kopen we gevulde speculaas, gevulde koek, mueslibollen en heerlijk brood. Na de lunch gaan we terug om een voorraadje te halen voor de komende dagen, mmm..! Leuk om te ontdekken dat je dit soort kleine dingen toch zo erg kunt missen! We vervolgen onze weg naar Mount Cook, de hoogste berg van Oceanie. Daar camperen we een paar dagen op een DOC campsite vanwaar we diverse lopen doen door de vallei. Voornamelijk de Hooker Valley loop en de wandeling naar Kea-point zijn erg mooi. We genieten van de sneeuw om ons heen en de majestueuze bergtoppen! Wat is het toch prachtig om in zo'n omgeving wakker te worden en te zien dat Niels een eitje voor me staat te bakken! Onze volgende bestemmingen Lake Pukaki en Lake Tekapo zijn evenmooi! Onderweg stoppen we bij Mount John om een 360 graden view van de omgeving tot ons te nemen, prachtig! Als we aan het eind van de middag naar beneden rijden zie we een herder zijn schapen naar een andere wei verplaatsen. Zijn hond reageert direct op al zijn commando's en dit is erg leuk om te aanschouwen. Ondertussen waag ik een poging om een door mij begeerde foto van de schapen met de bergen op de achtergrond te krijgen.

Na het midden van het zuideiland te zijn doorgereden rijden we in een keer door naar Kaikoura. Dit zijn een heleboel extra kilometers maar niet voor niets. We willen de daar huizende spermwhales bekijken! Als we onze toer voor 10h15 boeken wordt ons geadviseerd om de toer van 7h15 te nemen omdat het water dan kalmer en dus vlakker is. Uiteindelijk doen we dat maar iets dat achteraf een grote vergissing blijkt. De hele nacht stormt het en we worden in onze camper heen en weer geschud door de wind. Als we om een uur of 6 wakker worden hebben we geen zin om in dit enorme rotweer en het donker uit ons warme bedje te stappen. Na 45 minuten pushen we onszelf om te gaan rijden. Uiteraard aangekomen bij de haven waar de boot vertrekt staat er heel groot: toer geannuleerd. Balen! Toch niet voor niets ons bed uitgeklommen. We worden omgeboekt naar, jaja, 10h15 en binnen in het cafe nuttigen we ons ontbijt, drinken we thee en spelen we heel wat potjes kaart. We zien de lucht namelijk helemaal opklaren, de zon doorbreken en we wachten op de confirmatie of de toer van 10h15 wel doorgaat. Uiteindelijk krijgen we daarvan bevestiging en we zijn blij. Nu zijn we niet voor niets naar Kaikoura gereden! Wel wordt er gewaarschuwd voor zeeziekte. Ik neem voor de zekerheid hiervoor en pil. Naast ons zitten Vincent en Audrey uit Parijs die we al eerder bij de Glaciers hadden ontmoet. We praten bij over onze trips en spreken af om een dag later in Christchurch een drankje te doen voordat we allebei vliegen. Op de boot krijgen we een heleboel info over de spermwhales en na een uur varen wordt de eerste walvis gespot! Als een gek rent iedereen naar buiten om vanaf de railing het enorme beest te aanschouwen. Jammergenoeg draait de boot naar de zon op het moment dat de walvis besluit weer naar de diepte te duiken zodat we met tegenlicht een poging doen de staart van het grote beest te zien. Op zoek naar de volgende walvissen. We moeten allemaal weer binnen zitten en het duurt even maar dan is het raak, twee walvissen bij elkaar! Wat een mooi gezicht is het om deze enorme monsters naar de diepte te zien duiken naar ons zwaaiend met hun enorme staart!  Vanaf de boot zien we ook de grote albatros die we op ons noordelijk halfrond niet hebben. Heel gaaf om ook deze beesten geluidloos door de lucht te zien zweven. De kapitein doet nog een poging om dolfijnen te spotten, maar tevergeefs. Eenmaal weer aan wal moeten we het even laten bezinken. Het is best wel surrealistisch om zulke grote beesten in het echt te zien. De grootte van de boot was niets naast de lengte van de walvissen! 

In Kaikoura bezoeken we ook nog een show van een schapenscheerder. Voor onze ogen wordt een schaap geschoren en de boer legt stap voor stap uit hoe dit in zijn werk gaat. Het is erg leuk en informatief! Vooral omdat we maar met zijn vieren zijn! Het weer zit dan nu niet altijd mee, maar laagseizoen heeft absoluut zijn voordelen!

Aan het eind van de middag rijden we naar Christchurch. Onze laatste nacht in de camper.. snik! Dit betekent tevens alle lakens wassen, de binnen en buitenkant schoonmaken van de auto en onze backpacks weer inpakken. We slapen een nacht in een knus hostel, zitten uren in een cafe met Vincent en Audrey, gaan naar de film Angels & Demons (naar het boek van Dan Brown) voordat we van Christchurch terug vliegen naar Auckland waar een blije Sandra (familie van Niels) ons al staat op te wachten. De komende vier dagen blijven we bij Sandra en Russel en genieten we even van het niets doen. Lekker op de bank hangen, internetten, alle foto's weer branden, filmpjes kijken, boeken lezen en onze reis voor Tahiti en Zuid Amerika wat meer plannen. De moeder van Sandra, Ann komt langs en met zijn allen hebben we een heel gezellige avond.

Nieuw Zeeland is prachtig en hier terugkomen willen we zeker. Toch heeft het koude natte weer lang genoeg geduurd voor ons en kijken we uit naar Tahiti: veel zon en snorkelen in de blauwe lagoons!